Zonnehoedje

Zonnehoedje, vrolijk kind
de blauw lucht verteerde
boven zee. Meeuwen keerden
naar de duinen

je gezicht vervloog
een soort van sproeten
waaiden van je wangen weg
en je tanden enigszins geweken

de zomer was heel blauw
je speelde voetbal in het zand
de zee bewoog maar
deining, deining
maar je was ineens benauwd

een ambulance nam je mee
en nooit meer, nooit meer