Zoete moederkoekjes

opgesloten in de voorbibs
van de moeder
weent het kind
de moeder laat
een zachte wind

van embryo tot foetus
oh wat is het leven mooi
de navelstreng is als een touwtje
wat ik om mijn nekje gooi
daar zit ik dan
te soezen
achter moeders poeze

dan wordt het kind geduwd
naar beneden
de aarde roept
wie komt er in mijn hokkie?
en mijn moeder poept

zo mooi is de geboorte
een nest van bloed en sap
spuugt mij in het drap
ik wordt geboren
moeder, moeder
moet je horen
hoe ik zing

mijn vader buigt zich
een grijze schaduw en een stem
gelukkig lijk ik niet op hem