Zijn onrustig kijken

ik ken de beelden niet
waar hij van geniet
in zijn onrustig kijken

de lach is verworden
tot een grimas van wat
vroeger blijdschap was

hij laat nooit blijken
waardoor hij wordt geraakt
in de veelheid van impulsen

zoekt zijn eigen pad
tussen voor ons vaak
onbestaanbare wegen

hij is niet mensenschuw
maar komt een ander
nooit echt tegen

ervaart alles als gegeven
toch kunnen wij goed samengaan
ieder in een eigen bestaan