Zag ogen vragen

hij beet
ik hoorde botjes kraken
zag ogen vragen
om nog meer

uiteengerukt
tot een behapbaar stuk
werd zij verdeeld
onder de dragers

in snelle mars
trok de colonne
dwars door het land
stilte kreeg de overhand

uit alle richtingen
kwamen de stromen
naar de hoge heuvels
van hun dromen

zij zijn klein
maar boordevol venijn
mijn termieten houden
eindeloos veel van dode vliegen