XVII. Op de terugweg (deel 2)

De schildpadden trokken hen voort. Alles leek tot nu toe goed te gaan. Ze gingen de goede kant op.
Er verscheen plotseling een aantal vissersboten.
“Als de boten langs komen, dan doe je wat ik heb gezegd. Het kunnen elitetroepen zijn. Die zullen moes van ons maken. We mogen niet gezien worden. En Aehr, houd je adem zo lang mogelijk in.” zei Tolecnal.
De boten kwamen steeds dichterbij. Het was duidelijk dat er soldaten van de elitetroepen in zaten. Iedereen dook onder de padden en hield zich goed vast aan de onderkant van de schilden. De beesten zwommen gewoon door, achter de krabben aan. De krabben hingen aan de hengels, vlak voor hun hoofd.
Solatnat kon onder water de stemmen duidelijk horen. Hij zag onder water dat Aehr er duidelijk zenuwachtig van werd.
“Dus jullie hebben ze hier naar toe gebracht?” vroeg een soldaat aan een van de vissers. Hij wees in de richting van het eiland.
“Ja, we hebben ze afgezet in het water en zijn toen snel weer weg gegaan. Wij gaan niet het eiland op. Veel te veel duistere verhalen doen de ronde hierover.” zei de visser.
De boten voeren vlak langs het gezelschap. Ze waren nog steeds onder water. De beesten vielen eerst niet op. Toen wel, omdat het er zoveel waren.
“Moet je zien, wat een schildpadden. Zijn die eigenlijk te eten?” vroeg een soldaat, die vooraan in een boot zat. Hij porde met een lange stok op een van de beesten.
Aehr voelde dat haar schildpad naar beneden begon te zwemmen. Zij moest zich goed blijven vasthouden, anders zou zij boven komen drijven en zich verraden. Tolecnal zag onder water dat Aehrs schildpad naar de diepte zwom.
Tolecnal voelde dat zijn lucht op begon te raken. Ze moesten snel naar boven. Hij hoopte dat het gezelschap het kon volhouden. Vooral om Aehr maakte hij zich zorgen.
“Nou, het vlees van die beesten vind ik taai.” antwoordde een visser. “Het is wel te eten met voldoende zout en kruiden.”
De soldaat trok de stok weer in de boot en liet de andere schildpadden met rust.
De boten voeren verder, richting eiland. Er werd niet meer op de schildpadden gelet.
Solatnat voelde dat het nu veilig genoeg was om omhoog te komen en stak zijn duim omhoog. Iedereen kwam langzaam naar boven.
Toen Tolecnal omhoog kwam zag hij dat Aehr al boven op het water dreef. Zij had het gered.
Gelukkig waren ze niet ontdekt. Ze konden hun terugweg verder voortzetten.
Tolecnal keek nog om en zag dat de elitetroepen op het strand, het lage zand, klommen. Op het eiland van Shiva. Hij hoopte dat de soldaten haar zouden aanvallen. Dan zou het Witte Wief hard terugslaan. De soldaten zouden vermoedelijk denken dat zij nog op het eiland waren. Hoe konden zij tenslotte zonder boten van het eiland af komen? Dit gaf hen de tijd om de voorsprong te vergroten.

(wordt vervolgd)