XVI. De witte wieven (deel 3)

(aanzienlijke aanpassingen gemaakt, met dank aan Andreas Blender)

“U wordt als wijs en elegant gezien.” zei Tolecnal.
“Dat is een compliment, mijn beste Tolecnal.”
“Hoe kent U zijn naam?” vroeg Solatnat verbaasd.
Shiva, die door de ruimte zweefde, sprak streng: "Ik ben een opgeroepen geest. Ik weet meer dan u denkt. Vroeger waren er geesten en demonen. De kwaden waren de demonen. De demonen voelden zich beter dan andere wezens. Mensen konden met behulp van magie deze demonen oproepen, maar de demonen haatten dat en ze gedroegen zich dan arrogant en waren niet te vertrouwen.”
Ze kwam op het gezelschap af. Het werd steeds kouder in de ruimte. Ze zagen nu pas hoe immens ze was. Shiva was zeker tien meter hoog en ze keek met ijsblauwe ogen op hen neer. Ze had mooi haar met meerdere staarten met aan het uiteinde een gouden ring. Haar handen waren groot maar sierlijk. Ze droeg veel sieraden en een lichtblauwe jurk, die aan een nachtgewaad deed denken.
“U kunt mij misschien helpen.” opperde Tolecnal. “U heeft ook de allerhoogste kennis. Dan kunt u mij zeker helpen.”
“Dat hangt ervan af. Toen ik vroeger een goede vrouw was, kon ik de vele beledigingen aan mijn adres door mijn echtgenoot niet verdragen en wierp ik mezelf in een offervuur. Ik werd een geest en kon door mensen opgeroepen worden. En zie wat er van mij geworden is," zei ze droevig. "Een ijzige vrouw in de mist!”
“Vanuit mijn situatie kan ik u niet helpen. Het spijt me zeer.” zei Tolecnal.
“Dat hoeft u niet te spijten. De zwarte mantel had uw komst al voorspeld.” zei Shiva.
“Wat raadt u ons dan aan?” vroeg Solatnat, die een beetje ongeduldig werd. Hij verstijfde van kou.
“U moet de goede geesten helpen en demonen bestrijden. Demonen zijn eenvoudig te bestrijden. Tref hen op hun zwakke plek, hun arrogantie. Ze denken dat ze overal boven staan, dat ze niet te verslaan zijn.” verduidelijkte Shiva.
“Dus we moeten de zwarte macht treffen in zijn oppergezag? In zijn verwaandheid? Is dat wat u bedoelt?” vroeg Tolecnal.
“Dat is precies wat u te doen staat. Ze zeggen niet voor niets: hoogmoed komt voor de val.” antwoordde Shiva.
"Maar kunnen wij de goede geesten zelf ook oproepen? Kunnen wij u ook oproepen als we hulp nodig hebben?" vroeg Solatnat verder.
"Mensen die dicht bij zichzelf en de natuur staan, die kunnen het. Dicht bij hun eigen gevoel." antwoordde Shiva.
Tolecnal dacht hier even over na. "Hoe moet ik mezelf hierin trainen?"
Shiva zweefde wat verder van het gezelschap af en gaf geen antwoord.
“Alstublieft, ik vraag u. Hoe moeten we de macht verslaan?” mompelde Solatnat ongeduldig.
Shiva leek zich verder terug te trekken, en verdween een lange gang in. De mist leek dikker te worden en Shiva werd bijna onzichtbaar.
“We hebben meer aanwijzingen nodig!” schreeuwde Solatnat.
Tolecnal legde zijn hand op de schouder van zijn vriend en fluisterde: “Houd je in. Val haar niet aan, misschien zegt ze dan nog iets. Je verjaagt haar met je geschreeuw."
Shiva werd ijler, een blauwe waas, en voordat ze helemaal oploste zei ze: "Instructies krijgt u bij Jodi. U moet demonen altijd aanvallen als ze het niet verwachten. Recht in het hart.”
Ze was verdwenen. De ijzige koude verdween uit de grote open ruimte.

(wordt vervolgd)