Wijs

(paar wijzigingen gemaakt)

“Maar meester, u wordt gezien als een wijze man. Hoe kan ik dan wijs worden?” vroeg de leerling.
“Dat zal ik je vertellen. Luister goed. Ik heb me eerst begeven tot diegenen, die voor wijs doorgingen.” antwoordde de meester.
“Eerst ging ik naar een politicus, die door velen voor wijs werd gehouden, en vooral door zichzelf. Al spoedig ontdekte ik dat hij helemaal niet wijs was, en ik bracht hem dat vriendelijk, doch nadrukkelijk aan het verstand. Hij bleek alleen bezig te zijn met staathuishoudkunde wat niets met wijsheid te maken heeft. Het gevolg was, dat hij mij haatte.
Vervolgens ben ik naar schrijvers gegaan. Ik heb hun gevraagd hoe zij dachten over de vergankelijkheid van hun werken. Zij noemen hun geschriften literatuur om het te onderscheiden van lectuur, om het gewicht te geven. Toen wist ik dat schrijvers niet leiden naar wijsheid. Het gevolg was, dat ook zij mij haatten.
Daarna ging ik naar dichters. Ik heb hun gevraagd bepaalde passages uit hun geschriften te verklaren maar zij waren daartoe niet in staat. Toen wist ik dat ze hun gedichten niet schrijven door wijsheid, maar door een soort creativiteit en inspiratie. Het gevolg was, dat ook zij mij haatten.
Daarna ging ik naar handwerkers, maar deze vielen evenzeer tegen. Zij zijn vooral bezig met dingen te maken.
In de loop van dit alles maakte ik me vele gevaarlijke vijanden.”
“Maar meester, heeft u dan niets geleerd?” vroeg de leerling.
“Dat wel zeker.” zei de meester. “Het was mij inmiddels duidelijk geworden dat de wijsheid van mensen weinig of niets waard is.”
“Maar kan ik dan zelf helemaal niet wijs worden?” vroeg de leerling teleurgesteld.
“Volgens sommigen wordt wijsheid door ervaring verkregen. Je moet fouten maken en daarvan leren. Je moet genieten en lijden, verantwoordelijkheid aanvaarden voor al jouw daden en handelen. En je moet niet alleen je eigen belang hebben maar ook het belang van anderen bevorderen.” antwoordde de meester.
“Dus ik moet gewoon doorleven zoals ik nu doe. Dan word ik wijs?” probeerde de leerling.
“Ik ben nog niet klaar. Luister goed. Anderen daarentegen zijn van oordeel dat juist onervaren mensen, zoals kinderen, heel wijs zijn. Zij kennen zichzelf en accepteren zichzelf zoals ze zijn. Zij zijn gelukkig, dankbaar, vriendelijk en hebben geen onvervulde verlangens.” ging de meester verder.
“Maar meester, daar voldoe ik ook allemaal aan. Ik ben jong en ik verwonder me over alles.” probeerde de leerling te begrijpen.
“Als je in staat bent deze schijnbare tegenstelling te overstijgen dan bereik je de echte waarheid. Dan word je wijs. Wijze mensen kunnen zich voortdurend verwonderen over alles wat ze meemaken. Ze laten zich altijd verrassen ook al hebben ze wijsheid door eerdere ervaringen verkregen.” concludeerde de meester.

(variatie op Plato dialoog)