weet u ...

‘Weet u wat het is, meneer?’
Ik wist het niet en keek afwachtend.
‘Nou, je denkt wel eens, was ik maar van haar af, maar als…’
We zaten achter de glaswering op het dakterras van de uitkijktoren aan het strand. Het was helder. Je kon de schepen uit IJmuiden over de horizon zien verdwijnen, in de ondergaande zon.
‘Als…?’
‘Nou, als ze er dan niet meer is…’
‘Tja, zo gaat dat soms.’ Ik wist ook niet wat ik anders moest zeggen.
Hij knikte en aaide de spaniel, die dicht tegen hem aan zat.
‘Houdt u van honden, meneer?’
‘Jawel. Ik heb er nooit een gehad, maar ik vind ze wel lief.’
‘Dat zijn ze ook, meneer, dat zijn ze ook. Ik geloof wel eens, dat hij precies weet wat ik denk.’
‘Een soort gedachten lezen.’
‘Ja, of eigenlijk meer voelen. Hij kan me dan zo aankijken, met van die ogen.’
Ik speelde op mijn beurt met de lange oren. Hij likte mijn handen.
‘Zij was niet zo op honden.’
Hij keek naar de zee, waar de zon nu een lange schitterende lange baan maakte. De lucht was goud en rood.
‘Mooi, hè, meneer.’
Ik knikte weer.
‘Zij hield ook niet van zonsondergangen.’
‘Waar hield ze dan wel van?’
‘Gebak, meneer. En praten met de buurvrouw.
Ik keek meelevend. ‘Is ze weg bij u?’
‘Ja. Maar toch mis ik haar wel. We waren bijna twintig jaar bij elkaar.’
‘Dat is een lange tijd.’
‘Ja, zegt u dat wel. Brandy mist haar ook.’
De hond heette Brandy, nam ik aan.
‘Komt ze niet meer terug?’
Hij maakte een vreemd lach-geluidje.
‘Denk ik niet, meneer, denk ik niet.’
Brandy keek mij aan en legde zijn kop in mijn hand.
‘Hij mag u wel, meneer, dat zie ik zo. Hij weet wanneer hij met een goed mens te maken heeft.’
De zon was nu half onder de horizon. De wolkenlucht was een en al vuur.

De man gaf me de riem. ‘Wilt u goed voor hem zorgen, meneer.’
Hij klom over de glaswand en sprong naar beneden.
De kelner keek hoofdschuddend naar beneden.

hendrik