Weerbarstigheid

ik weet dat
water me zal dragen
als ik mee ga
met golvende slagen

geen gespartel
van ik worstel en kom
boven maar je overgeven
aan de stroom van leven

dat wind mij niet
gaat snijden op de hoek
als ik rustig laveer kust
hij mij met koude snoet

zacht koestert zomerzon
de nog winters witte huid
die zonder smeren en keren
al snel de noodklok luidt

weerbarstigheid zit
in de genen van de mens
het nooit toe willen staan
dat natuur zijn eigen gangetje gaat