Wat rafelige trouw

ik zag
je vlucht omhoog
maar kon jou niet bereiken

zwaaide schreeuwde
voelde mij verlaten
zonder vriend en troost

jij doorleefde
mijn bestaan liet mij gaan
als ik dat nodig vond

sprong in de bres
als ik mijn slechte keuzes
weer met ruzie had beslecht

maar samen knopten wij
bloeiden volop lente
ook in de bitterste kou

jij wist mijn
onvoorwaardelijke liefde
en soms wat rafelige trouw

ik houd van jou
in ons bestaan was jij
meer dan mijn eigen naam