Wat pluizen plagen

ik was daar
waar de wind
nog ijlend giert
over het lege land

mij overslaat
omdat ik niet buig
maar als een twijgje
zwiep tot zijn verdriet

ik sla niet terug
in nog geborgen zijn
maar kies de rust
van je achilleshiel

om hoger op te komen
in mijn bomendroom
tast ik jouw luwte af
wortel tussen struik en gras

ooit zullen wij
in groen de hemel dragen
jij fluisterend wat pluizen plagen
samen stil genieten van de zomerzon