Wat een leven

Jan en het jongetje Bart zaten ontspannen naast elkaar op de stoep, de chocolade te eten.
Plotseling kwam gekrijs uit de Berenstraat. ‘Hé, ouwe lul, wil jij van dat kind afblijven.’
Het kind in kwestie hief bezwerend de hand. ‘Rustig, mam. Hij is OK.’
Jan keek het vrouwtje aan. Mam? Op haar leeftijd?
Mam zakte als een pudding in elkaar. ‘Oh. Ja. Nou, als jij het zegt.’
Jan keek haar aan. ‘Je hebt zeker niks kunnen vinden.’
‘Vinden? Oh, stuf bedoel je. Nee, alleen reete-duur. De schoften.’
Ze keek Jan aan. ‘Sorry. Maar ik ben helemaal opgedraaid. Al vanaf gisterochtend niks gerookt.’
Jan knikte geruststellend. ’OK. Ik heb even met je zoon gepraat.’
Ze knikte. ‘Dat zie ik. Nou, als hij vindt dat je er mee door kan, dan is dat zo. Slim jongetje, die Bartje van me.’

Ze zakte weer in elkaar. Een zielig hoopje mens. ‘Jezis, wat moet ik nou.’
Ze keek opzij naar hem. ‘Hoe heet jij?’
‘Jan. En jij?’
‘Deur.’
‘Deur?’
‘Ja. Eigenlijk “Door”, maar een of andere klootzak heeft daar “Deur” van gemaakt en dat is blijven hangen. De deur naar alle ellende.’
‘Doe niet zo melodramatisch.’
Ze keek verbaasd op.
‘Ja,’zei Jan, ‘Zielig doen is altijd makkelijk.’
‘Hè hè. Pleur toch op, man.’
Jan stond op. Maar het meisje legde haar hand op zijn arm. ‘Hé, niet zo gauw aangebrand. Jij bent de eerste in weken die niet alleen maar een junk ziet, en die nog te naaien is ook voor een stickie.’
Jan kon haar accent niet helemaal plaatsen. Het was D-klasse, maar niet helemaal was-echt. Ergens klonk er een soort PC-Hooft doorheen.
Ze keek rond. ‘Leuke buurt hier.’
Jan knikte. ‘Ja, hier woont mijn familie al heel lang.’
‘Ja. Bij ons in de Jordaan.’
‘Zoiets, ja.’
Jan stond op. Het meisje wilde dat ook doen, maar Jan drukte haar licht op de schouder. ‘Blijf maar even zitten. Ben jij meerderjarig?’
‘Ja, al een poosje.'

Jan liep de brug over naar “De Koffiewinkel” op de hoek van de Berenstraat. Een doorn in het oog van het grote luxe-hotel op de andere hoek, maar niet weg te krijgen.. Daar dronk hij regelmatig wat en at er een klein dingetje.
De bel klingelde toen hij de deur opendeed. Van achter kwam een dikke man met een vuil voorschoot om de buik.
‘Ha, die Jan.’
‘Ha, die Sander.’
‘Kop koffie?’
‘Nee.’
‘Nee?’, zei Sander verbaasd.
‘Nee, ik moet wat anders hebben uit je assortiment.’
Hij pakte een lucifersdoosje van een tafeltje en haalde er een houtje uit.
Sander keek er opmerkzaam naar. ‘Nee hè. Ga jij ook al aan de …’
Jan schudde het hoofd. ‘Nee hoor, voor mij slechts sterke drank. Nee, maar ik heb een nieuwe vriendin.’
‘Hè hè, ben je eindelijk een beetje over Marie heen?’
‘Dat is het punt niet.’ Hij wees naar buiten, naar de brug. Daar zaten Deur en Bart tegen elkaar aan. Je zag dat ze rilde en dat Bart haar dicht tegen zich aan hield om haar te warmen.
Sander keek. ‘Oh. Die is aan een stickie toe.’
‘Precies.’
Sander haalde een zakje hash en een pakje vloeitjes van onder de toonbank. ‘Hier.’
‘Hoeveel?’
‘Niks. Eerste hulp.’

Jan maakte het zakje open en pakte een vloeitje. Met geoefende hand draaide hij een sigaret en gaf het zakje met de vloeitjes weer terug aan Sander. Dan liep hij naar buiten. Hij ging aan de andere kant van het meisje zitten.
‘Hé.’
Ze keek op, een en al ellende. Hij gaf haar de gedraaide sigaret. Ze pakte die woordeloos aan en hij gaf haar vuur.
De eerste haal had een merkwaardige gedaantewisseling ten gevolge.
Ze ging overeind zitten, ze schudde even met haar hoofd. Haar ogen werden helder en keken hem scherp onderzoekend aan.
Jan schudde zijn hoofd. ‘Nee, ik ben nergens op uit.’
‘Oh oh. Het BS syndroom.’
‘BS?’
Deur knikte. ‘Ja. Barmhartige Samaritaan.’
Ze nam weer een diepe trek. ‘De heilige met een dubbele agenda.’
Weer dat PC-Hooft toontje.

hendrik