vraag me af

In de werfbarak ligt snoepverpakking, staan koffiethermossen op twee goedkoop versleten tafels. De timmerlieden zitten met wollen mutsen op het dak. Ik zie door hun plastieken brooddozen dat ze van hun vrouwen boterhammen met kaas meekregen. Waarom altijd die Hollandse kaas? Jonger dan ik zijn ze heel vroeg in de ochtend vertrokken.
Ik heb geleerd om mij alles af te vragen. Deze voormiddag schijnt een vreemd zonlicht over de stad. Toch vraag ik mij niet af waarom.
Iemand fietst met een grijze haarlok vervreemd in zwart voorbij. Is het met opzet of zo?
Kijk, daar begint het weer in dagelijksheid. Wat is de samenstelling van de inkt die deze woorden zichtbaar maakt, hoe maken ze een inktpot die betaalbaar blijft, waarom kiezen mooie vrouwen voor lelijke mannen?
Geen zier weet ik van de dingen en neem het afvragen mee in het graf.
Ik vraag me af waarom zovelen zich weinig afvragen en vraag me af of dat wel zo is.