Voetstappen in het zand

wind ontbladerde
zong kale takken
tegen een strak
blauwe lucht

ik huisde
niet meer thuis
verbleef achter
gesloten luiken

de wereld buiten
ordende zich
in verder sluiten
gaf mij geen gezicht

zelfs het roepen
van mijn naam
liet ik zeilen strijkend
zonder aan te leggen gaan

ik dobber rond
want het tij is dood
de zee droogt op aan
een onbekend stuk strand

ik spring en
dwing mezelf aan land
zie in opperste verbazing
weer voetstappen in het zand