Vluchteling zonder gezicht

ik wist de weg
naar het land maar een
vale zon scheen pal tegen

wind waaide
vol in ons gezicht
de verte bracht regen

met jou aan de hand
als gidste je mij
stapten we urenlang door

over een pad dat zich na
iedere bocht rechtte
en geen eind leek te krijgen

we rustten in het
avondlijke zuchten van wind
onder koud sterrenlicht

warmden elkaar
en wisten ons wanhopig
vluchteling zonder gezicht