Viaduct Dag II

David is in zijn VW Passat onderweg naar huis, na een stressvolle werkdag die teveel energie kostte en hem veel te weinig had opgeleverd. Zijn hoofd was zwaar en het was eigenlijk onverantwoord dat hij achter het stuur zat, want hij zat te piekeren over alles wat hij die dag had moeten doen en laten. Diep verzonken in gedachten terwijl hij reed, leken de viaducten over hem heen te vliegen. De monotone bandenruis brachten hem bijna onder hypnose. Op een naderend viaduct onderscheidde hij het silhouet van een gedaante. David reed er onderdoor en volgde het geheel in zijn binnenspiegel. De gedaante bleef onbewogen staan en verdween uit het zicht.

Het volgende viaduct kwam dichterbij, met opnieuw een mensachtige vorm erop die hij kon onderscheiden. Op precies dezelfde manier stond die gedaante daar, midden op het viaduct, rechtop starend in de richting van David en zijn auto. Na het passeren volgde hij het tafereel vanuit zijn linkerbuitenspiegel, terwijl de weg zich flauw naar links boog. De gedaante was verdwenen! David bleef het viaduct in zijn spiegel volgen, en hij hing nu bijna met zijn hoofd tegen de zijruit aan, maar het viaduct bleef leeg.

“Die sprongen zijn echt vreselijk!” klonk een stem naast hem.

David vloog zowat met zijn hoofd tegen het dak van de auto, zijn hart klopte in zijn keel en hij dacht zelfs even dat hij in slaap was gesukkeld en dit allemaal maar droomde. Aarzelend, en bijna verlamd van schrik, keek David naar de passagiersstoel. Daar zat een persoon naast hem, met een capuchon op zijn hoofd. Een persoon die hem deed denken aan de dood. Hij huiverde.

“Bent u de man met de zeis?” vroeg David.

“Ik ben dichter bij je dan je denkt,” zei de onbekende.

David wilde nog meer vragen maar vergat dat, want vreemd genoeg was al het verkeer op de weg voor hen ineens in het niets verdwenen. Ze reden door een dikke mist. David begreep er niks van en waande zich nog steeds in een droom. De onbekende figuur gebaarde hem de volgende afslag te nemen. Daarna maakte hij hem duidelijk dat David de auto moest stoppen. David gehoorzaamde..

Nu begon de man te spreken en zei: “Vanaf hier gaan we te voet verder, volg mij.”

Alhoewel David bang was, liep hij toch achter hem aan de mist in.

De onbekende sprak: “Je bent niet tevreden met je leven. De momenten waarop je dacht dat je het anders had moeten doen, zat je altijd in je auto op de weg die we net reden. Je krijgt nu de kans om al je fouten te herstellen.”

“Mijn fouten herstellen…… Hoe dan?” vroeg David.

“Het zal je snel duidelijk worden. Gewoon springen,” zei de onbekende. Zijn stem stierf weg, terwijl hij zelf ineens verdween in de mist, alsof hij oploste. David bleef alleen achter.

Even later trok de mist al snel op. David stond op een viaduct. Hij zag tientallen VW Passat’s onder zich door glijden. Hij kon niet zien wie er achter het stuur zaten, maar hij wist instinctief dat hij het zelf was. Hier bestond geen tijd, al zijn eerdere reizen in de auto gebeurden hier parallel. Het leek wel Groundhog Day, maar dan andersom. Niet gevangen in één moment, maar losgekoppeld van alle momenten. “Viaduct Dag”.

Hij stond uren te staren, en probeerde te beseffen waarom dit gebeurde. Hij kon de herinneringen bij de auto’s nu ook zien. Hij hoefde alleen maar naar de auto te kijken. Wat was dit confronterend. “Nou, daar gaan we dan”, dacht hij. Hij staarde naar een willekeurige auto. Hij klom over de railing, sloot zijn ogen en liet zich vallen.

Nino Michielse - Proza opdracht 1: FlitsFictie