ursus sapiens

een droom viel hem aan
verjoeg hem uit zijn leger
dreef hem voort in wind en regen
en op een klank: sjamaan

naar de heuveltop werd hij gelokt
waar schimmige vijanden hem insloten
op zijn neus drukten met hun hete poten
hij knielde grommend, witbevlokt

kijk, zei de maan
ik versluier mijn gezicht
ik doof mijn koele licht
laat je blikken verder gaan…

kijk, zei de zon
naar de spiralen, nevels, clusters
ik toon je al mijn zusters
zie ze wenken, lonken, rondom, alom…

kijk, zie ons aan
tinkelden vele vele stemmen
je bent geschapen ons te temmen
een ster is geen bevroren traan…

brommend sjokte hij terug
kroop tegen zijn warm beslapen wijfje aan
gaf zijn cubs een lik en grauwde naar de waan
het weten gleed af van zijn rug

Waarom ging het plan teloor
vroegen Zij zich later af
Wij scheiden het koren van het kaf
Ursus Sapiens; hij was er klaar voor

©2004dedeurs