Uit een wit rode kerst

ik dwaalde
zocht overal contact
raakte muren en bomen
maar niets dat warmte gaf

zag mensen passeren
zonder ogen en lijf
strak in de kleren
voor mij was geen tijd

voelde drukte
om mij bewegen
stemmen bevroren
op mijn ijskoude tocht

wist dat de tijd
stilte ging slaan
merkte totale verstarring
de trein kwam er aan

stond bij de bomen
uit een wit rode kerst
knipperende lichten hebben
mij van de overgang gered