Tussen keutels en gelei

heb tenen gezwachteld
in je mond en
sleep leren broekjes naar je toe

het korte lontje
is erg slap maar heet
door de sambal

lekker smeren
de bolle ballen vallen
ze glimmen van olie

tussen keutels en gelei
zit de kringspier in het midden
je lacht erbij, plof!

je zware jongens
zwiepen mij om de oren
ik wil je gilletjes horen

het lontje brandt af
je steekt me aan en af
de geulen in je schoentjes vol

gedichten die nergens op slaan
ik ben de grote verwelker
er is niemand die zo slecht dichten kan
als jij

Titus Kontje
21/11/2009