Tranen met tuiten

Een beetje katterig sta ik op. Gisteren een fijn etentje gehad met vriendinnen waarbij een van mijn lievelingen ineens het glas hief. Haar lief had haar ten huwelijk gevraagd, en zodra ze hun eerste kleintje op de wereld hebben gezet, iets dat nog een maand of twee op zich zal laten wachten, zullen ze een datum gaan prikken. Uiteraard sprongen we met zijn allen juichend op haar roze wolk en zo stegen we, met champagne als onze brandstof, met haar naar euforische hoogten. Terwijl ik vecht om zonder hulp mijn bedelarmbandje om te doen bedenk ik me dat ikzelf ook al meer dan eens het glas heb geheven, alleen heb ik datzelfde glas ook net zo vaak weer met een klap terug op tafel teruggezet.

Als ik de sluiting van mijn armband met het zweet op mijn voorhoofd eindelijk dichtdoe valt mijn oog op een leeg plekje. Even moet ik nadenken welk bedeltje ik mis en nog belangrijker, hoe en waar ik hem ben kwijtgeraakt. Het zal tijdens het eten zijn geweest wat later op de avond toen de toestand al wat minder helder was. Ik besluit de aanwezige vriendinnen af te bellen of misschien een van hen een glimp heeft opgevangen van het verdwenen kleinood. Bij de een neemt haar schat op, die even gezellig met me keuvelt over koetjes en kalfjes en bij de ander hoor ik kinderen op de achtergrond uitbundig schreeuwen. Het treft me weer hoe dicht ik bij een zelfde leven heb gezeten. Als alles anders was gelopen, als ik misschien zuiniger was geweest op wat ik had, was ik nu misschien ook wel moeder geweest van mijn eigen lekkere blond gekrulde boekenwurmpje. Even schiet er een naar gevoel door me heen, ik geloof dat ze dat jaloezie noemen, maar als ik hoor hoe mijn vriendin mij liefdevol op de vingers tikt wegens slordig zijn verdwijnt dat gevoel gelijk. Ik kan toch niet jaloers zijn op de mensen die ik werkelijk alles gun?

Na ruim een uur rondbellen heb ik me er al min of meer bij neergelegd dat het bedeltje niet meer is. Het was gelukkig niet een van de belangrijkste, eentje die ik echt koester, die me dierbaar is, anders was ik er wel van ondersteboven geweest, maar toch irriteert het me mateloos dat ik weer eens slordig en onoplettend ben geweest. Terwijl de tijd wegtikt denk ik terug aan de relaties die ik achter me heb gelaten. Allen heb ik zelf beëindigd onder het mom: Inkakken doe ik wel als ik zestig ben. Want wat voor de een heerlijk harmonieus is, is voor mij angstaanjagend saai. En dus heb ik nu nog steeds geen gezin, geen huis, en weet ik nu nog niet waar ik over een jaar woon en met wie. Maar dat is toch wat ik zeg te willen? Niet zozeer de onzekerheid als wel de onvoorspelbaarheid. Helaas heb ik ondervonden dat het ene moeilijk met het ander samen gaat dus vraag ik me vertwijfeld af of ik ooit de rust en vooral de juiste persoon zal vinden om te beginnen aan hetgeen ik stiekem toch ook zo graag wil. Nu niemand kijkt laat ik stiekem mijn tranen even de vrije loop. Even sta ik mezelf toe verdrietig te zijn. Om mijn leventje wat me, ook al ben ik heel gelukkig en sta ik volledig achter mijn keuzes, bij tijd en wijlen zo leeg voorkomt. Om mijn omgeving die doorraast terwijl ik wacht op de volgende trein die mij hopelijk eindelijk daar zal brengen waar ik wil zijn en uiteraard ook een beetje om het verdwenen bedeltje. Want ook al ben ik niet altijd even zuinig op mijn spullen, is het vaak mijn eigen chaotische wezen dat de oorzaak is van het verlies, ik mag best huilen om hetgeen ik ben verloren..