Torens van babel

ik heb ze
zien bouwen
de torens
van babel
maar niemand
was er ooit thuis

zij kozen
voor muren
in scheiding
van wolken
hebben geen
buren genaast

wel haast
om elkaar
te ontwijken
nooit mocht er
iets van enige
warmte blijken

er waren
slechts blikken
uit donkere ogen
die een schuw
contactvermogen
lieten zien

talen zongen
hun eigen lied
met lach en
nog vaker verdriet
in een melodie
vol stille emoties

soms was er
even de hand
die warmte reikte
in verstaan
met een diep
zielsbegrijpen