Toen het gebeurde (vrije schrijfopdracht)

Het was stil die ochtend. De anders drukke zomerstraten van De Haan lagen er onaangeraakt bij. De zon stond hoog aan de hemel,en af en toe krijste een zilvervogel. Dat was dan ook het enige geluid, dat en het zacht ruisen van een zomerbries. Ik zat neer, achter een muurtje,die bood me op dat moment schaduw, ik kon het wel gebruiken, mijn mond stond kurkdroog. Razendsnel gingen gedachten gepaard met herinneringen door mijn hoofd, de avond ervoor was een gevecht op leven en dood. Ik zocht, denk ik, een uitweg, een verklaring, voor wat er allemaal gaande was. Mijn maag kromp ineen, ik moest iets zien te vinden om te eten, maar vooral te drinken. Heel even ging ik op handen en voeten zitten, gluurde voorzichtig over het muurtje.
Ik hoorde in de verte het grommen, het beestachtig grommen, ik moest mij hoe dan ook vlug uit te voeten maken. Ik nam het risico en liep halsoverkop richting “ Luc”. “Luc” stond bij ons gekend als kruidenierszaak, vlak bij de dijk. Terwijl ik rende hoopte ik vurig dat de deuren open zouden staan.

Aangekomen zag de winkel er verlaten uit. Mijn reflectie in het uitstalraam zag er allesbehalve goed uit, mijn ogen toonden angst, maar vooral ongeloof. Ik was ervan overtuigd dat hoe dan ook, ik wakker zou worden uit deze nachtmerrie, het was een kwestie van tijd, ja toch? Eens wakker zou ik lachen om dit hersensspinsel, ja ik zou er eens goed mee lachen. Voorzichtig ging ik de winkel binnen, overal lagen winkelmandjes verspreid. Er kraakte iets onder mijn voeten, ik keek naar beneden en zag een grote zak chips, die waarschijnlijk tijdens het vluchten open was getrapt. Ik hoorde het zacht zoemen van een koelkast, gelukkig, er is nog elektriciteit. Ik stapte op het geluid af,de koelkast stond halfopen, sommige blikjes lagen open op de vloer, ik trok een blikje Fanta open en nam gulzig enkele slokken, mijn aandacht verslapte heel even. Tot ik de handafdruk op de vitrine opmerkte. Het was helderrood, en uitgelopen, alsof degene die het achterliet zich nog even had vastgeklampt. In mijn haast was ik vergeten de winkel na te kijken, misschien waren “zij” hier ook …vluchtig keek in rond mij, de stilte was drukkend, enkel het gezoem van de koelkast bleef dapper doorgaan.
Ik stapte over een omgevallen rek met eieren, heel even slipte mijn schoen en het koste mij moeite mijn evenwicht te bewaren. Achteraan de winkel was een soort voorraadkamer, maar het was er duister en ik was ongewapend. Snel keek ik rond me, het enige waar ik mijn handen kon op leggen was een zwabber, die kennelijk was achtergelaten wanneer “het” uitbrak. Ik nam de steel stevig in handen en liep richting voorraadkamer. Net voor de ingang, dacht ik dat iets bewoog, iets onnatuurlijk snels. Ik klemde de steel van mijn zwabber in beide handen. Mijn knokkels werden wit en ik likte even aan mijn mondhoek, mijn hartslag draafde doorheen mijn lichaam,Ik verging bijna van angst. Schoorvoetend stapte ik richting lichtschakelaar, en zag de duistere ingang als een soort mond, die halfopen gaapte. Het leek wel te fluisteren, “toe kom maar binnen, we wachten hier op jou, toe kom maar”. Mijn ene hand reikte naar de schakelaar, terwijl de andere de zwabber voor mij hield, als een soort schild…