Toegeeflijkheid

in de door
kaarsenwalm
berookte crypte
hingen lichte
papiertjes tussen
eeuwenoude stenen
met nog niet
uitgesproken vragen
wensen en gebeden

door de tocht
flakkerden
vlammen hun
toegeeflijkheid
langzaam droop
het vet waarin
oude zielen
verstillend
leken te huizen

heb de drukte
niet gezien in
mijn visioenen
waarbij ik de heer
zou willen zoenen
als hij mij verhoort en
ik met een engelenkoor
liefde ga betuigen
aan wie ik toebehoor