Subtiele ornamenten

waar schoonheid schrijnt
in subtiele ornamenten
fluisteren dikke pilaren
het afzien en zware werk

generatieslang is er
gebouwd aan toren en kerk
waar nu gezang opkrult en
de gelovige zijn plicht vervult

in kapellen hangen
gebed en diepe devotie
tussen brandende kaarsen
de plaats voor duistere negotie

nog kijken de heiligen neer
op het volk van nu en weleer
de hemel daar boven is er niet meer
tenzij men daar nog in wil geloven