Strakke broekjes

Met op mijn pet
Een macho zonneklep
Zit ik in het zonnetje
Op mijn James Bond balkonnetje

De lucht is geel
De bomen blauw
En god weet dat ik hou

Van nauw en dus
Tuur ik naar de broekjes
In de straat

Waar slijm parelt
In de geurige geulen van het vrouwvolk
Die elke man in feite vreest

Aast het ongedierte op de spleet
Van mijn onzindelijke geest

Titus Kontje