Sneeuw
Zacht blinkende sneeuw
Tuimelt in mijn leven neer
Boom beweegt zich niet
Mijn adem waait wit
Mijn vingers zoeken vogels
Ze zijn bevroren
Het pad ligt ijzig
Tussen stenen van de tuin
De nacht wordt blauw
Op de takken sneeuwt
Een creatuur van zangers
Ik hoor het huilen
Van wind en water
Van ijs en afgebroken
Gedaantes die koud
Samen een winter
Vormen uit stilte en hoop
Op iets wat volmaakt
Kan zijn, een geluk
Van licht en gehechtheid brengt
Het ommekeer
Anna Appels.