Sinterklaas en God
image345.jpg

Die morgen had de hemel de kleur van donker emerald. Een heldere lichtstraal ontvluchtte de zon die achter wolken schuilging. Vervolgens begonnen er hagelstenen zo groot als knikkers in onze tuin te vallen. Het licht in de hemel was onaards, en de hagelstenen sparkelden. Het was zo prachtig dat het leek alsof een bovennatuurlijk schepsel het allemaal zo gepland had. We liepen het huis uit met onze meisjes om in onze tuin te dansen. We snorden op onze blote voeten rond in cirkels terwijl we elkaars handen vasthielden. De hagelstenen bleven vallen en ze veranderden de wereld in een wit psychosomatisch moeras. Toen spraken we over onze vriend M., die achttien jaar was en stervende aan kanker. We dansten daar maar en we hieven onze armen omhoog naar het uitspansel en we smeekten het universum om mededogen te tonen met M.

Zonder twijfel waren we aan het bidden op onze eigen manier.

Terwijl we daar in cirkels ronddraaiden en onze gezichten kouder en bleker werden, voelde ik een mengeling van droefheid en hoop. Het was een gevoel wat ik als kind al had ervaren, toen ik het leven nog als iets oneindigs had beleefd en toen ik nog geloofde in magische mannen als Sinterklaas en God.