Schilderij, Bazooka Joe
bazooka2.jpg
Bazooka Joe, 1.50 x 150, acryl en olieverf op linnen.

Dit is de voorlopig laatste versie van het schilderij waar ik aan bezig ben, en ik vind het leuk om het (eind)resultaat hier te laten zien.

Ik vond dat er een stukje tekst bij moest met kauwgom maar ik had alleen gesponnen suiker. Cheerio!


Mijn vader nam ons na de scheiding mee naar de kermis en de kramen stonden op asfalt wat glinsterde. Muziek was overal, in onze oren en ogen. Er was geen ontkomen aan. Bij het spookhuis schreeuwde een man door een microfoon die op een metalen wesp leek. Hij droeg opvallende kleren, van groen satijn met een puntvest van gouden stof. Boven zijn lippen pronkte een puntsnor. We moesten erin en mijn zuster vond het prachtig want ze was niet snel bang maar ik voelde mijn hart als een vuist tegen mijn borstbeen stompen. We namen naast elkaar plaats in een ijzeren kuil op wielen, het wagonnetje stond op een rail en het was koud toen we door een zwart gordijn naar binnen gezogen werden. Binnen was het duister, niets te zien, behalve als er een spookverschijning haastig verlicht werd en schedels en koppen van heksen en lijken voor onze ogen opdoemden. Ik gilde en mijn zuster zei: ‘stel je niet aan, trut. ‘ Zodat ik bijna zweeg en op mijn wangen beet en mijn ogen tot speeltjes dichtkneep maar toch gluurde, terwijl we tussen openklappende doodskisten en opspringende spoken bij de uitgang waren en er een wolk touw langs onze gezichten gleed. Daarna vielen we het licht weer in, het spookhuis walgde blijkbaar van ons en kotste ons uit. De man met gonzende microfoon was er weer en de muziek en de gekleurde lampen en het geschreeuw.
We stapten uit het karretje, hoewel mijn zuster nog een keer wilde maar mijn vader had suikerspinnen voor ons gekocht. Mijn vader stond daar met rode wangen tussen twee roze wolken in. Ik vroeg me af hoelang hij nog leven zou. Ik vrat daarna de suiker van het stokje af en ik liet de geroosterde suiker smelten op mijn tong.

Daphne Buter.