Rozen voor Kastanje, verhaaltje

Waar ik Kastanje ontmoette? Op een plein, onder een grote (hoe kan het ook anders) kastanjeboom. Ze stond daar en staarde omhoog. Ik liep haar bijna voorbij maar iets in haar tengere gestalte maakte dat ik trager begon te lopen. Haar lange haar had bij toeval de kleur van kastanjes, die rondom haar lakleren schoenen op straat lagen. Grote glanzende kastanjes, log als paardenogen. Kastanje (ze had op dat moment nog geen naam voor mij) zette haar witte hand boven haar ogen en tuurde naar iets tussen de takken. Automatisch keek ook ik omhoog, wat daar te zien was. Maar ik zag niets anders dan takken en bladeren, die groener leken dan ooit.

'Ben je iets kwijt?' vroeg ik.

'Rozen,' antwoordde ze.

'Rozen?' herhaalde ik. 'Maar in een kastanjeboom groeien immers geen rozen?'

Langzaam liet ze haar hand zakken en ze draaide haar gezichtje naar mij toe. Nooit eerder had ik zo'n mooi gezicht gezien, wat wel heel boos keek.

'Is voor jou alles wat het lijkt?' vroeg ze filosofisch.

Op dat moment hoorde ik geritsel en tuimelde een kat uit de boom voor haar voeten.

'Rozen!' zei ze. Nu glimlachte ze vriendelijk naar mij. Haar gezicht was een gezicht van zonlicht.

'Hoe heet je als ik vragen mag?' vroeg ik. Daar ik het einde van onze ontmoeting voelde naderen.

Ze nam de kat op en hield hem tegen haar wang.

'Kastanje,' antwoordde ze glimlachend. Er verscheen een fijn licht rondom haar lieve wangen.

Toen draaide ze zich om en liep met Rozen en al, de straat en mijn leven uit.