Roepende in de woestijn

Geel en verzengend is de eerste woestijnzon, schijnend op de resten van verbannen skeletten die verspreid liggen over een kurkdroge bodem. Het is laat in de ochtend op de derde planeet van het Alpha Centauri stelsel. De tweede zon, Alpha Centauri B, komt in deze tijd van het jaar op als de eerste zon al op haar hoogste punt is. Als de tweede eenmaal hoogte wint, is de hitte genadeloos voor elk levend wezen. De kennis van deze wereld hebben we vergaard door een jarenlange, boeiende observatie vanuit het ruimtestation, dat zich in een baan om de planeet bevindt.

Ik sta op een zandheuvel aan de rand van een uitgestrekte vlakte. In het midden van de vlakte is een krater gelegen. De krater is de consequentie van een ingeslagen shuttle. Smeulende resten van de shuttle liggen op een hoopje in het midden van de krater. Het drama voltrok zich omstreeks middernacht. Alle bemanningsleden, waaronder ikzelf, zijn pal voor de inslag uit het toestel geslingerd. Dat doen de auto-eject systemen die aan onze leefcapsules verbonden zitten automatisch, vlak voor een crash. Maar hoewel ze je leven redden, is de landing alles behalve zachtzinnig. Ik voel alle delen van mijn lichaam, het ondankbare bewijs dat ik nog leef.

De tweede zon klimt al behoorlijk omhoog tegen de blauwgroene hemel. Ik besluit me uit te voeten te maken, voordat mijn schoenen versmolten raken met het zand. Ik hoop dat mijn collega’s nog in leven zijn en op dit moment hetzelfde gaan doen. Ik loop terug naar de capsule. Ik haal een reflectiescherm tevoorschijn om aan de buitenkant van de capsule te monteren, tegen het zonlicht. Ik ga zelf in de capsule liggen en sluit de cabine. Het lifesupport systeem treedt in werking en begint de ruimte om mij heen te koelen. Hopelijk kan ik even in slaap komen en wat herstellen. Ik kan niets anders doen dan wachten. Het ruimtestation zit aan de achterkant van de planeet, dus contact is nu onmogelijk. Als ik een half uurtje wacht komt het station wel voorbij, maar de hitte geeft teveel storing in de atmosfeer voor een goede verbinding. De antenne van de capsule zal het ook niet lang kunnen verdragen.

Ik denk intussen terug aan wat er gebeurd is. Ik weet nog wel, na het verlaten van het ruimtestation begon de ellende meteen al. De automatische piloot van het ruimtestation had op afstand controle over de shuttle. Die liet het na ons vertrek vanuit het station al snel afweten. Op het slechtst denkbare moment, toen we contact maakten met de dampkring van de planeet, faalde het centrale systeem. De verbinding met het ruimtestation werd verbroken en we moesten zelf vliegen. Het handmatig ingrijpen van de eerste stuurman was net te laat, want door de weerstand van de dampkring was het toestel gekanteld en ging nu vol verticaal omlaag. De stuurman kon dit onmogelijk corrigeren. We moesten hem haast van de brug af sleuren en terug naar zijn capsule brengen. Wat er daarna gebeurde is wazig. Het wordt nu rustig in mijn hoofd. De temperatuur in de capsule is aangenaam. Ik laat de wereld even los…..

In het zacht zoemen van apparatuur wordt ik wakker. Ik kijk snel op de klok en zie dat het bijna middernacht is. Nog maar even kijken of de verbinding met het ruimtestation inmiddels is hersteld. Ik start de verbinding op. “Waiting” staat er op het scherm. Ondertussen open ik de capsule. Een zachte bries van 25 graden komt naar binnen. De nachten hier zijn heerlijk en mooi, zoals we op afstand al vaak hebben geobserveerd en gemeten. Ik kijk weer terug naar het scherm. Er verschijnen meer alarmerende teksten:

“Limited connectivity, host is rebooting….
Connected shuttle clients: None.”

Er is niemand online. De centrale computer is nog steeds aan het opstarten. Ik besluit even naar buiten te gaan en richt mijn blik op een adembenemende sterrenhemel. Een donkerrode vlek staat laag aan de horizon. Het is Proxima Centauri, de donkere rode dwerg die haast onzichtbaar warmte straalt over de oppervlakte. Ik kan even genieten van het beeld, maar wanhoop neemt langzaam bezit van mij. Ik ben een roepende in de woestijn, op de derde planeet van het Alpha Centauri stelsel. Een felle witte stip glijdt langzaam langs het firmament en verdwijnt na enkele minuten achter de horizon.

“Connection lost…. Press any key to abort”

Nino Michielse - Wel fictie, maar niet flitsend :-) (700+ woorden)