Patronen (I) - deel 2

Hij liep verder door de straat. “Alsjeblieft, geen praatjes vandaag”, dacht hij bij zichzelf. Zou hij een met snelwandelen gecamoufleerde sprint kunnen trekken naar de voordeur? Voor hij zich goed en wel bewust was van die gedachte, had hij de sleutels al in zijn hand en sloeg hij de pad van zijn voortuin in. De punt van zijn voordeursleutel vond zijn weg langs miljoenen botsende zuurstofdeeltjes, met het sleutelgat als primaire doel. Drie, twee, een …… Impact! Een klik bevestigde de juiste plaatsing van de sleutel, en de deur naar de rust opende zich. Hij stapte naar binnen en sloot de deur achter zich. Een zucht vulde de ruimte met haast twee keer zoveel lucht. In veiligheid, gevlucht, weg van de stress. Hij zou die avond en de avonden die erop volgden nog lang nadenken over wat het nu precies was waar hij voor vluchtte.

Tientallen avonden verder stond hij voor de keuze. Nadat hij zo’n beetje elke nacht langer en langer van wakker had gelegen. Een stem die steeds luider ging praten, hield op een gegeven moment niet meer op. Soms schrok hij ’s nachts wakker, als de stem besloot dat het tijd werd om nog meer na te denken. Wat een slopend proces was dat voor hem. De keuze werd hem opgedrongen door de ondergesneeuwde kant van zichzelf. Terwijl de demon steeds meer terrein won, het terrein dat het strijdtoneel was geworden van de barbaren hebzucht, faalangst en ambitie, begon de andere kant in hem zich meer en meer te verzetten. En de drie barbaren hadden zijn missie uit het oog verloren. Zijn missie, de reden dat hij op deze aarde mocht rondlopen. De aanwezigheid van een vaag vermoeden dat het leven een bedoeling met hem had. Dat alles wat er in zijn leven met hem gebeurde, een gemeenschappelijke oorzaak moest hebben. Die aanwezigheid, dat besef van zijn missie, dat was al jaren verdwenen. Zijn missie had hem verlaten.

Maar het was eigenlijk andersom. Hij had zijn missie verlaten. Het geloof in zichzelf. De illusie van het hebben van steeds meer spullen en angst om het weer kwijt te raken, verscheurde hem. Hij geloofde enkel nog in het nastreven van eigenschappen die het fort van verworven bezit ondoordringbaar zouden maken. En hoe harder hij daarvoor vocht, hoe meer weerstand er kwam. Want harder vechten betekent harder duwen, tegen regels, tegen ideeën, maar vooral tegen mensen. En duwen tegen mensen betekent teruggeduwd worden. Harder en harder. Geen weg terug, zo voelde het. Machteloos onderging hij de effecten van zijn ziekte, wat in werkelijkheid de effecten van zijn eigen gedrag waren.

Hij moest een keuze maken. Geen keuze was automatisch toch een keuze, want dat deed hij namelijk al die tijd al. Geen keuze maken was ervoor kiezen om niet voor zichzelf te kiezen. En daarvan wist hij inmiddels wel waar dat uiteindelijk toe zou leiden, of liever gezegd zou lijden. Wat deed hij toch steeds wat hem dieper in de nesten bracht. Hetgeen hem in zijn eerste baan overkwam, overkwam hem ook in zijn huidige baan. Het leek wel een herhaling van een slechte film. Een film waarin veel dode momenten zitten. Het begint leuk, maar in plaats van spannender wordt het alleen maar saaier. Waaraan kun je saaie films herkennen. Net zoals je hele flauwe soep kunt maken, zijn er een paar ingrediënten voor het maken van een saaie film. Een rechte verhaallijn, zonder wendingen, dat is één. De rode draad knippen we ook door, dus een vooraf herkenbare richting is prima, geen passie, moraal of aanwezigheid van inspirerende elementen. Vlakke dialogen, werkt ook heel goed. Tegen mensen praten alsof het antwoordapparaten zijn.

Maar daarvoor in de plaats had hij wel status, een snel en knap ontworpen vervoersmiddel en interessante contacten. Ach, wat was het allemaal waard. Blijkbaar steeds minder, want de stem aan de andere kant van de rivier schreeuwde het uit. Hou op!! Hou op met je verslaving aan je dingetjes, speeltjes en troep wat je allemaal niet nodig hebt. Ga leven, deel je leven met anderen, laat je omgeving leven. Stop je verwerpelijke drang naar bezit en materieel. Doe wat je moet doen, maar doe het met een reden. Een echte reden. Tja, de enige reden, het enige excuus wat hij nu had voor zijn gedrag, was dat hij er financieel beter van werd. En verder?

Wat hij al zo lang miste, kwam plotseling als een bittere vlaag rond zijn maagstreek tevoorschijn. Hij werd er echt gruwelijk misselijk van. Een enorme dreun volgde. Het leek wel een bijna-dood-ervaring. Ook de lichte tunnel kwam in beeld. Plotseling voelde het even heel koud. Koud zweet volde hij druppelen van zijn voorhoofd. Het beeld werd scherper en naarmate de objecten meer vorm kregen, zag hij aan het eind van de tunnel zijn tafellamp voor zich. “Mijn god!. Wat is er gebeurd?” dacht hij. Hij was even buiten westen gegaan. Hij lag op de vloer te rillen. Hij was drijfnat geworden en had geen idee hoelang hij daar al lag.

Wordt vervolgd……

Nino Michielse.