PARAchutespringen voor white punks on dope.
  1. Sony eReader, een must voor iedereen die van lezen houdt: E-Reader bekijken
  2. Lekker online shoppen bij: Neckermann

In ons clubhuis de Uitbraak kregen wij in omstreeks 1982 als door de politie dagelijks geslachtofferde jeugdgroep, het goede nieuws, dat er een subsidie was binnen gekomen voor ons.
Jan de straathoekwerker uit een gehucht in Limburg, bracht ons daar in Rotterdam, het "goede" nieuws over.
Maar liefs 8000 gulden, was er gestort voor een uitstapje naar Texel, een eiland in boven Nederland, Het idee was door de gemeente Rotterdam zo voorgelegd :600 gulden per jongere, om een parachutespringcursus te volgen, aldaar zodat zij in ieder geval even geen problemen hadden, in Rotterdam-Zuidwijk.
Snel uitgerekend, konden er dus maar twaalf a dertien mee, benzine en eten er afgetrokken.
We waren met twintig man, dus wij teleurgesteld.
Namen op briefjes verdwenen in een glazen pot, voor de loting. Ik werd getrokken als reservebal no 13: Mocht er iemand afvallen..
Ik balen natuurlijk en ja ik was 18 jaar jong en moest en zou mee dus terroriseerde ik "gewoon" iemand zodat dat persoon helemaal niet meer mee durfde en of er geen trek meer in had.
Ik dreef daar iets te ver in door zodat het gebeurde dat in plaats van twaalf hangjongeren zes punks en zes andere van alles snuivenden en slikkende figuren hard schreeuwend, gepakt en gezakt,op een dag in mei, in twee VW busjes zaten compleet met ghettoblasters (grote draagbare cassetterecordrs) en rookwalmen van het blowen zodat ik in de ene bus Jan de straathoekwerker hoorde schreeuwen Zo kan ik niet rijden! Een hard gelach zes man sterk sloeg aan.
Niet ouweteringhoeren Jan, t'is jouw plan."Jah dah gah soh mar nie," op zijn limburgs.
Ik was de chauffeur in de tweede bus afwisselend met Perry en Dirk.
Ook ik zette alle ramen wagenwijd open om de hasj en wietwalmen te laten onsnappen, ook mijn ven stond aan.
In de ene bus keihard de Sex Pistols en in de mijne Reggae van Steel Pulse scheurden wij met piepende banden richting snelweg naar Texel vanaf de Uitbraak(sel).
" God save the queen, she ain t no human being." klonk door onze "Mister kali kaliman got some herb to smoke tonight?" "Feeling high high…" heen.

Na twee kilometer trok ik aan de handrem want ik was zo stoned dat ik geen meter meer kon rijden. En ik had zelf n.b. bijna niets gerookt.
"Andere chauffeur." "Wisselen!" riep ik.
Een hard gelach en protest klonk.
"Nou, dan gaan we toch niet naar Texel, makkelijk zat!" Zei ik.
"Of willen jullie dood?" "Neeeeeeeeehhh," "Perry Jij moet rijden!" schreeuwden vier kelen te gelijk. "Godverdomme begint dat nou al, moet nog helemaal naar Den Helder!" vloekend kroop hij achter het stuur en ik achter de ghettoblaster. Ik sliep binnen een minuut.

"We zij er!" "YES!" en "YEAHHHHHH!" Dat soort kreten, hoorde ik soep uit mijn ogen vrijwend en op zoek naar een blik bier vanwege mijn droge strot.
De kolerelijers hadden twee koelboxen leeg gezopen, ik denk een blik of zestig en met mazzel vond ik een blikje 7-up of Sprite, dat moet je ten goede houden dat weet ik niet meer.
Rugzakken en reistassen werden naar buiten gesmeten en naar binnen gebracht.
Binnen bleek een grote ex-koeiestal ingericht met bedden zwaar riekend naar de stront. Luid protesterend en kuchend en zelfs twee kotsend waggelden wij weer naar buiten, de tassen meeslepend.
"Hé Jan wat flikje ons nou man?"
Blozend zei hij dat hij ook niet beter wist, wel wist hij te vertellen dat hij in een hotelletje in het dorp sliep waar ik de naam niet meer van weet (ook Texel?).
"Ja das lekker zeg, laten we maar eerst de koelboxen opnieuw vullen," m.a.w. naar de supermarkt in t dorp. De ene helft bleef buiten slapen, de andere scheurden met piepende banden weg, onze Jan verbaast vanwege de snelle besluiten binnen een minuut gemaakt, achterlatend met zijn handen in het haar met klei en stront bespetterend van de wegscheurrende wielen.Wij rolden door het gras van het lachen. "Jah dah gah soh mar nie…"
"Het bier is er " riep ik uitgeslapen van de heenreis, en schopte iedereen om me heen wakker.
Na de nodige blikken en vernederingen richting onze "straathoekwerker" kozen wij eieren voor ons staatsgeld en zochten een bedompte lits-jumeaux kribbe op, de geur voor lief nemend want het was al donker geworden en fris.

Voordat Jan snel en hard de schuurdeur dicht vergrendelde, stelde hij twee volgens hem de normaalste volwassenen, Perry en Camiel aansprakelijk voor brand verkrachting en ander onheil, hen met open mond achterlatend, hun blik glijdend over mij en mn maten.
En: "Oh ja morgen zes uur op, dan krijgen jullie je eerste les."
"De tering, de pleuris, de K," klonk uit twaalf kelen tegelijk maar de kling van de deur was al gevallen en hoorden wij Jan hard wegrijden waarschijnlijk biddend achter zijn stuur voor zijn werk en of leven. En blij dat deze dag voorbij was.

"Rise and Shine…" klonk het onzeker hoogkeels. Geen reactie was daar. Een luide koeienbel klonk daar in de handen van een beetje respect afdwingende boer compleet met blauwe overall en rode kiel, zaten wij in een trip?
Iedereen moest pissen natuurlijk van al die liters bier en aan gezien dit een stal was en ons niet verteld waar de plee was, gingen de meesten in een hoek of naast hun bed tegen de muur aan staan zeiken. De boer werd gek en eiste uileg van Jan die niet wist waar hij het zoeken moest,
"Kom noh jongens, doe dah noh buhten…"
"Jij douwt ons in de stront en wij mogen niet pissen, beetje apart Jan." riep ik om de boel een beetje te egaliseren tussen boer, Jan en twaalf randdebielen.

Na de nodige beloftes en wat vergoeding van bleekmiddel en verf, kwarten en een paar uur klussen. mochten wij toch blijven. Na het ontbijt: vier bier drie joints, vertrokken wij richting mini vliegveld Texel, onze eerste les.
"Moeten jullie echt niets etuh?" vroeg Jan, "dah kan toh soh mar niet."
Harde boeren en scheten klonken over in harde muziek.
"Wij gaan springen, wij gaan springen," klonk het zingend instappend in de busjes. Jan stapte panisch als laatste in.
"schei nou uht met dat blauwen, jullie mottuh goe oplettn hur."
"Ja Jan sure." elkaar aankijkend als of het een koekie was.
Aangekomen.
"Hallo ik ben Irene jullie springinstructeur en bla bla bla."
"Hé, wakker worden!" "En zet die recorders uit, én opletten, want wie niet op let, springt niet!"
"Wat een k-bitch zeg hé, en vieze hoer," en dit en dat, klonk het, uit de uit ligstand, ontwakende komende cirkel, rondom een nepvliegtuig. Iedereen sliep gewoon door onder de cursus, zij het nu in hurkzit.
Met een half oog open keek ik toe hoe zij voor deed hoe je uit een vliegtuig sprong met een parachute om.
Had ik mazzel dat ik een beetje gekeken had.
"Hoe heet die blonde," vroeg ze aan Jan, die sadistisch, een vreemd geluid makend;
"die heet Frans."
"FRANS!" "Hier komen!"
De cirkel werd wakker, horende mijn naam.
Zij zagen mij een of andere baal op mijn rug vast gespen.
"Nee andersom," riep Irene.
"Wat maakt dat nou uit vroeg ik, t is toch niet voor het echchie?"
Bla bla bla, al mijn vrienden leken langzaam maar zeker verwonderd van mijn daden, zagen mij in het het houten nepvliegtuig stappen, geknield bij deurgang ervan en liet mij toen op mij knieën in het zand vallen mijn armen omhoog stekend, gelljk stervende Jezus Christus.
Iedereen strekken van het lachen broekpissend, kotsend wel een kwartier lang. Irene en Jan ons tot kalmte manend maakten het alleen maar erger.
Ik zat nog steeds op mijn knieën voor het nepvliegtuig in het zand met mijn armen naar de hemel geprezen, snot en kots van het lachen liepen uit mijn rode kop, proestend gierend van het lachen. Eenmaal een beetje bedaard zei de instructeur: "Juist." "Zo moet het!"
Iedereen werd gek weer en viel achterover van het lachen, ik lag nu door het zand te rollen tegelijk die baal van mijn rug losgespend om naar Irenes kop te smijten. Ik kon niet meer. Jan was in het busje gaan zitten bidden.
En Irene zag het dat het zo was.

"Ok, dit was les 1 voor vandaag." "Om één uur les twee, en iets frisser alstjullieblieft."
Strompelend liepen we kapot van het lachen naar onze busjes om nog een paar uur te gaan slapen wat we ook deden.
Daar klonk die pestkoeienbel weer en zagen wij Jans inmiddels irritante hoofd.
"Even snel etuh en op nar du lesj."
"Krijg de vinketering man," zei ik dat?, of dacht ik dat? Vroeg ik mij af overeind krabbelend.
"Beer,beer, my kingdom for a beer," riep ik en kreeg twee blikken Geineken in mn rug gesmeten. "Dank je jongens, goedemorgen," wist ik veel dat het half één was. Een busje reed even snel naar t durp om bier en diesel te tanken en waren in een lied of twee weer terug.
"Mar etuh jllie dan noit?"
Bierboeren, bierpoepies klonken en vette rookwalmen dope stegen op. Een paar diehards zaten heroine te roken of coke te snuiven in de bus.
"Wat een puinhoop," zag ik arme Jan denken, "was ik er maar nooit aan begonnen."

De lesbische instructeur met een rug als van een Russsische zwemster en roze stekels stond kaarsrecht klaar, een hand op haar houten plane alsof het haar speeltje was.
"En nu één voor één, zoals die blonde, hoe heet je ook alweer?"
"Karel, Karel!" riep ik,
"zoals Karel het vanmorgen deed."
"Frans, hij heet Frans," zei Jan stiekem in haar oor. Als blikken konden doden.
"ZOALS FRANSSSS het deed!" Zei de zielenpoot of beter zielenpot in dr blauwe tuinpak. Ik hoef denk ik niet te vertellen dat iedere maat van mij die uit die houten dildo sprong een daverend succes voor een lachkick was van minimaal 5 minuten. Daarom duurde deze simpele les dik een anderhalf uur, wat zich verhaalde in de volgende dag zes uur 's morgens aantreden.
Voor les 3 de laatste en belangrijkste les n.l. je eigen parachute uitzoeken, dat gaat op je gewicht, zo had ieder zijn eigen model en of maat. En na vier keer vouwen en in te en uit te pakken waren wij ook deze dag weer versleten. Wat een teringwerk al die touwtjes en vouwtjes en knopen. Waarom kregen wij eigenlijk zo'n oude ronde legerparachute, i.p.v. zo'n relaxte vierkante, waar je zachtjes op je tenen mee kon landen?

Na dit onder de knie te hebben vertelde zij ook nog dat wij aan een static-line vast zaten en dat dus je chute vanzelf? Openging. Dit beviel ons géén van allen maar t was niet anders.
"Gefeliciteerd!" riep Sirene inmiddels omgedoopt in een andere naam, vanwege haar grote bek natuurlijk.
"Morgen jullie eerste sprong ommmm," horloge turend alsof die het zou vertellen, "tien over elf precies, klaar staan met parachute om!" "Dus ik stel voor dat jullie tien uur hier zijn!"
Uiteraard protesten en vloeken naar haar kop krijgend, weet zij veel dat wij s'nachts heel Texel gek maakten en pas om zeven uur sliepen. Al had ze wel iets in de (Texelaar?) gelezen over een paar knokpartijen in drie verschillende disco's in een uitgaansstraatje. Neeehhhh hoor, wij wisten nergens van.

"Kling kling kling klong," klonk de Hell from Jezebell.
"Gohjemohrguh gullie gohn sprangen," riep Jan voorzichtig. Wat niet nodig was want de adrenaline spoot door onze brains, alsof we half Peru opgesnoven hadden en sprongen uit bed, pisten netjes buiten op een enkele na en blikjes bier openend en zwaar blowend zaten wij ongewassen met net twee uur slaap weg half beurs geslagen, kant en klaar in het busje. Iedereen onbewust nerveus, elkander afkrakend.
"Ah jij gaat niet!" of sommige: zoals ik zelf.
"Nou, ik kijk wel."
"Zie je wel, zie je wel," kreeg ik als verweer
"Jij durf niet."
Ik ben overtuigd van de twaalf scheten er tien in hun broek. Ik heb nog nooit zoveel witte gezichten bij elkaar gezien met hier en daar een blauw oog of rode plek nagelaten.

Eenmaal bij de enorme loods aangekomen met soort van behangtafels waarop nummers stonden, modellen en parachuten klaar lagen om opgevouwen te worden, door ons. Uiteraard werd dit een ramp iedereen liep door elkaar, te vragen te vouwen en te checken, we waren allemaal lazerus en stoned maar wisten verdomd goed dat dit om ons leven ging. Wat een pestpleuriszooi was dat in die loods. Wat in een half uur had moeten gebeuren duurde drie en half uur, de piloot was al acht keer langs gevlogen maar Sirene moest haast iedereen persoonlijk helpen met het inpakken en uitzoeken van de juiste chute. Half vier, de lucht trok dicht,
"Nou als het zo blijft, wordt er vandaag niet gesprongen," zei Sirene.
"Echt wel!" riepen wij twaalf man sterk! Hanenkammen en kale koppen overeind.

"Ok, ok als jullie maar niet vergeten tegen de wind in te draaien, zodat je rug in de wind staat, tijdens het vallen.."
Als dronken soldaten met dichte ogen marcheerden wij in een lange slingerende rij, achter den dijk aan richting sportvliegtuig, nu een echte.
"En diegene die gedronken hebben, NIET instappen!" "Want door de luchtdruk verhoogt het alcoholprommilage maal veertien,"
Onze ogen groot als schotels, wij waren niet alleen dronken maar hadden van alles op. Dat werden overdosissen en deliria. Wij zijn dood, dachten wisten we allemaal. We wisten het zeker,en toch stapten wij allen in. Alleen nu nog witter dan wit nu meer grijsgroen met een beetje geel.

Ik liep als nummer negen mijn geluksnummer, heel dom natuurlijk, want nummer één wordt twaalf bij het instappen, de eerste zit achterin het vliegtuig, kortom ik was nummer drie. Heel toevallig mijn beste twee maten Johnny en Pascal nummer één en twee en achter mij nummer vier: Dirk.
Alle vier te lul. Als eerste vier bedoel ik. Niet jaloerse blikken en uitlatingen kwamen van achter uit het vliegtuig. Onze ogen eenmaal op hoogte met de deur open geschoven werden de bomen stipjes de golven streepjes en keken wij elkander aan, ik Pascal, Johnny en Dirk zeiden meer hopend dan wetend, "Hé we zien elkaar beneden weer he?"
En gaven elkaar stompen schouderklopjes en kussen. We scheten geen peuken maar eerder heel Havana.
Johnny zat met een vreemde grimas in de deuropening door de wind in zijn gezicht leek hij op de Joker uit Batman, ja net zo wit. Ik had diep respect voor hem toen hij uit zichzelf de deuropening losliet en zich naar beneden liet storten.

Of was het nu echt zeker weten, dat hij gek was waar wij allen heimelijk over twijfelden.
"Whaaaaaa," was alles wat we hoorden en weg was John.
Pascal kijkt me aan en vraagt: "Jij komt ook hé Borst?" "Je laat me niet in de steek toch?"
"Natuurlijk niet pik," loog ik denkend aan het alcohol verhaal, daarbij komend: compleet stoned vergeten dat ik hoogtevrees had en een haaiencomplex, weet je hoe klein dit kut eiland is en we vlogen boven zee.
"Ja dat komt goed zei Sirene, dat ligt aan de wind, daar hebben we rekening mee gehouden."
Ik zit in de opening, mijn besluit stond vast.
"Ik ga niet!"
"Geeft niks," zegt sirene, kom maar.
Op het moment dat ik de sponningen los laat, trapt ze me met twee voeten in mijn rug ruw het vliegtuig uit en stortte ter aarde, althans dat hoopte ik, voorlopig hing ik boven blauw haaigevaar.
"Duizend één, duizend twee, duizend drie, ga open pleurisparachute….!"
Deze zes tellen duurden eeuwen.
Vvvvoep klap! "Yes, hij is open." "Wat nu ook alweer?"
Helemaal lazarus hangend aan een paar koordjes achthonderd feet hoog. Dood ben ik zeker niet, dus dat was meegenomen.
Net iets onder mij, hoor ik John en Pascal naar elkaar en dan naar mij schreeuwen. Ik verstond er niets van en deed keihard mee, om mijn angst te verbergen, ik vond het helemaal niks. Tien keer niks. De zee was gelukkig weg onder mij maar zag nu vervaarlijke bomen steeds ietsjepietsje groter werden.

"Oh ja shit, tegen de wind in keren. Dan moest ik aan die touwtjes trekken om te sturen."
Ik trok links: er gebeurde niets, ik trok rechts: er gebeurde niets. Ik durfde niet harder te trekken want ik was bang dat ik dan die hele chute uit elkaar zou trekken.
"Laat maar," zo dacht ik. Achteraf bleek dat ik het enige model C en A heette het, ik zweer het u, waar je je stuurtouwtjes helemaal naar je heupen moest trekken, de rest van de modellen chutes was tot je elleboog genoeg.
Overpeinzende mijn stuurloze parachute komt ineens Dirk, nummer vier heel hard voorbij.
Ik schreeuw van boven naar beneden achter Dirk aan;
"Hé Dat klopt niet hoor…!"
"Néé hé?" brult hij vuurrood, zeker van zijn dood, terug.
"Nee Dirk!". Hij hoorde mij al niet meer, hij pleurde als een baksteen naar beneden.
Ik zat met dat draaien, het sturen tegen de wind in, in mijn maag,
"Dat zeggen ze niet voor niets toch?"
Onder mij, zie ik drie ambulances het veld op scheuren met zwaailichten en sirenes en al, al hoorde ik die beneden pas vanwege de wind.
Johnny werd gedregd, (gesleept door de wind) weiland in weiland uit met zijn rug over prikkeldraden raspend, hij was vergeten na het landen om zijn chute heen te rennen en er daarna op te duiken en deze samen te vouwen als een groene of oranje prop.
Twee kilometer verder hing hij als een vogelverschrikker met reuma in het schrikdraad, zijn parachute achter hem wapperend als een ziekenhuisvlag, zo van hier hang ik.

Ik had toen nog goede ogen en terwijl ik nog wel even moest vallen zag ik Dirk ingeladen worden op een brancard. Zo die waren er snel bij. Nog twee ambulances stopten bij wapperende chutes.
Ik kon dus niet draaien in de wind en stortte verkeerd ter aarde, in plaats van op mijn hurken landend, pleurde ik eerst op mijn nek en toen pas de rest van mijn lichaam met een smak in het gras wat aanvoelde als beton. Knockout blijf ik even drie minuten liggen en hoor Franky een oude jeugdvriend was vroeger, mijn overbuurjongen geweest, mij om hulp roepen.
"Help me nou joh klootzak, ik heb allebei mijn enkels gebroken geloof ik."
"Val dood dacht ik, ik heb mijn nek gebroken."
Ik controleer elk bot en botje en vooral mijn nek die gelukkig alleen een beetje pijnlijk aanvoelde, dit waarschijnlijk dankzij het valbreken uit mijn judojeugd.
"Hou je muil joh Franky, ik ben op mijn nek geland, heb je dat niet gezien dan?"
"Auw, auw, auw help me nou," maar ik keek alleen een beetje over het veld, het was een ramp, een ware veldslag, ambulances op en aan. Mensen die door de wind meegesleept werden of hangend in een boom of prikkeldraad. Ik en Pascal waren de enige in onze buurt die niets hadden en van de zenuwen en het lachten pisten wij allebei in ons broek, automatisch.
Blij nog te leven, blij niet in een boom of ambulance te liggen. Of in het prikkeldraad.
"Hoe zou het met Dirk zijn?"
"Zo ja, zegt Pascal, die kwam echt snel voorbij.."
Achteraf bleek dat hij een soort kindermaatje parachute had uit gekozen en zo hadden we allemaal wat, gelukkig wel na te vertellen.
Er moesten van de twaalf voorlopig vier man in het ziekenhuis blijven, en drie daarvan werden snel na een paar weken ontslagen. Alleen arme Dirk had dubbele beenbreuken en armbreuken dus die moet iets langer blijven.
Sirene vroeg "wie is er klaar voor een tweede sprong?"
Groene fluimen van mij en Pascal vlogen in haar gezicht, hij hield mij tegen anders had ik haar misschien vermoord. Mij even het vliegtuig uittrappen, ik kreeg ze nog wel.

De volgende dag toen we ons A brevet op mochten halen, niet te geloven, stond in mijn logboek 'Sprong zeer stabiel' en hoogte: achthonderd feet, hoorden wij ook dat Sirene was ontslagen en dat alle projecten al gepland en geboekt voorlopig gestaakt werden totdat er opheldering was gekomen over deze rampvlucht. Ik voelde mij voldaan dat dat etterwijf was ontslagen. Ik ben het gewoon gaan vertellen tegen de luchtstaff, misschien lullig van me maar ik vond het niet normaal iemand zomaar een vliegtuig uit te trappen. Diep in mijn hart wist ik dat het állemaal míjn schuld was, ik had alle "normale hangjongeren" weggepest om mijn eigen vrienden mee te krijgen, nou ze hebben me bedankt.
Ik had het voor geen goud willen missen. En het staat nog op film ook.

© maart 2008, Franciscus Borst, BasicPublishing.nl