Over duizend sporen

vluchtig dwarrelt zand
over duizend sporen
geselt palmen waaronder
psalmen ooit zijn geboren

een geitenhoeder lacht
als hij de kudde drijft
grijnst als wind de hoofddoek
van een schone verwaait

een vredig dorpsdecor
waarin tijd de ogen
langzaam heeft gesloten
voor vernieuwing buiten

pas avonds als
ouderen de luiken sluiten
verheft weerstand zijn stem
vloeit drank om onvrede te uiten

nog gaan zij
zich niet te buiten aan
gevaarlijke opstandigheid
blijven alle ruiten heel

maar het zaad
is al ontkiemd en ooit
zullen zij de morgen openen
door zwarte bloemen te laten zien