Liefde van oude mensen

Zacht ogenblik van het verzoenen
De vergezichten slaan hun handen in elkaar
Het worden bomen die elkaar verkennen
Je naam staat grijs geschreven in mijn haar

Ik vraag mij af, hoe moet ik je beminnen?
Als het zo leeg is in de steppe van het kleed
En alle dingen die we ooit bespraken
Liggen in de kamer bleek

Ik vraag mij af wie daar nu wonen
Tussen de muren vol lichtblauwe verf
Onder het roze dak, een plafonnière
In de lange gang waar zonlicht wacht
En in de kamers tussen plooien van de zomer

Uitkijkend op de lange tuin vol wilde bloemen
Het trillen, het vliegen, het zoemen