oktoberhaiku

de kerken
prijzen zich beierend
uit de markt

balletdansend
snoepen de groenlingen
van ons plantsoen

de oude man
schoont de randen van de sloot
ruisend valt het riet

ik hoor de zeis
langs de provinciale weg
een brullend monster

kastanjes
roffelen de jaguar
op zijn kop

onder mijn ogen
sterft het gebladerte
in schoonheid

ik groet in mijn tuin
het eerste levende
boomskelet