Ogen straalden

nog weet ik
de lantaarn met
zijn schemergeel licht

dat langzaam
omlaag dwarrelde
in vlaagjes mist

onze stemmen
dempten tot
een lief gefluister

waarin warme
genegenheid kon
groeien in halfduister

ogen straalden in
een heldere avondlach
toen je zei ja je mag