Oervraag
vlinder%2525204.jpg

Luidkeels zingt neef Jeronimo de lof van zijn kleindochter die net
in de brugklas zit. Ze is pas elf, de jongste van de klas maar ze
schiet momenteel omhoog en je kunt nu al zien dat ze mooi
wordt en ze is zo bij de pinken. Kijk, ze is koud een dag op school
en ze doet al aan wijsbegeerte. De filosofieleraar vroeg filosofische
vragen en zij stelde er zo maar liefst twee. Ten eerste:

hoe weet je nou of je niet in een verhaal zit?

Ik moest onmiddellijk aan Zhuang Zhou denken die droomde
dat hij een vlinder was. Hij fladderde lustigjes rond en wist niet
dat ie Zhou was. Maar hij werd wakker en was toen helemaal
Zhou in levenden lijve. Hij wist niet of hij droomde dat hij een
vlinder was of dat de vlinder droomde dat ie Zhou was.

Ik zei tegen neef Jeronimo dat ie die anecdote maar aan Mirjam
moest doorvertellen. Het gekke was dat haar tweede vraag
raakte aan de eerste en die tweede raakte mij het meest:

- waarom worden wij geboren als wij toch dood gaan?

Ik weet niet wat ik met die vraag aan moet. Ze is elf en dan zal
zo'n oervraag.

ontluikend
kijkt zij gretig in het rond
en vraagt terloops
alsof er antwoord op bestond
waarom wij leven tot de dood

Jeronimo van Elk, haibun 22