Neuroot op de Wadden 16
3500676450_82e411e83e.jpg
3943881303_e3d99a36e1.jpg

Ik zit te luisteren naar een cd van Nick Lowe, meer specifiek naar het nummer The beast in me. Nick zingt over het verschrikkelijke beest dat in hem huist, op zachte toon alsof hij bang is het wakker te maken.
Men zegt dat in elk van ons zo’n beest huist. Bij sommigen zit het aan de oppervlakte, bij anderen heel diep weg. Nou, in mij zit geen beest hoor, zelfs niet diep van binnen. Wat ik – helaas – wel in me heb is een soort van boekhouder. En met boekhouder bedoel ik niet zo’n vlotte jongen die de belasting te slim af is. Mijn innerlijke boekhouder is een pennelikker eerste klas. Zo’n zure vrijgezel van dik in de veertig die nog bij zijn moeder thuis woont. Zo’n type dat de paperclips natelt en de nietjes sorteert. Je kunt beter een beest in je hebben, geloof me.
En wat doet die boekhouder in mij dan zoal?
Die houdt dingetjes bij.
Dat is op zich nog niet zo erg, maar als hij afwijkingen in mijn gedrag constateert gaat-ie beschuldigend met z’n wijsvinger zwaaien. Als ik bijvoorbeeld – zoals vanavond – geen bal zin heb om aan dit vakantiedagboekje te werken, wordt-ie pissig. Ik probeer ‘m tot rede te brengen: ‘Wat maakt het nou uit als ik één dagje oversla!’
Maar die vlieger gaat niet op, de boekhouder in mij heeft uitgerekend dat ik deze vakantie 13 stripjes ga maken en 14 columns ga schrijven. Elke dag eentje. En dan mag ik me nog gelukkig prijzen dat-ie me de twee reisdagen vrijaf gegeven heeft.
Hij dramt binnenin mij net zolang tot ik tenslotte toegeef en aan de slag ga.
Streng hoor, die boekhouder in mij.

Nu zou je denken dat ik tijdens de vakantie verder wel met rust gelaten word…
Nou, vergeet het maar.
Als Mieke en ik onze dagelijkse wandeling gaan maken wil-ie precies weten hoeveel kilometer we per uur afleggen. Daartoe laat-ie me aan het begin en aan het eind van de route aan Mieke vragen hoe laat het is. Zelf draag ik geen horloge, tot ergernis van de boekhouder.
Het liefst zou-ie zien dat ik de rustpauzes klok en er dan na afloop vanaf trek. Tot zijn grote chagrijn lukt dat dus niet op vakantie. Je staat wel eens even stil om naar een roofvogel te kijken, een foto te maken of om een bunker binnen te dringen. Dat vindt de boekhouder niet leuk. Om hem te sussen heb ik ‘m beloofd de wandeling van vandaag precies te timen. Helaas voor hem gaat als we nét van start zijn gegaan de mobiele telefoon. Mieke zit geruime tijd met het thuisfront te bellen en als Mieke aan de telefoon is moet ik het niet in m’n hoofd halen haar naar de tijd te vragen. Mieke storen tijdens het bellen is vragen om problemen. Terwijl ik wacht discussier ik met de boekhouder. Hij kent mijn vrouw net zo goed als ik, maar legt zich er toch slechts schoorvoetend bij neer.
‘Lafaard!’ sist de boekhouder van binnenuit in mijn oor, wat een vreemde gewaarwording is.
‘Ja, sorry hoor,’ brom ik terug, ‘Wat maakt ’t uit? Hou ’t op 4 kilometer per uur.’ Gepikeerd zwijgt mijn boekhouder. Zo werkt dat niet en dat weet ik héél goed.

Hij besluit het over een andere boeg te gooien Hij weet dat ik een boek aan het lezen ben over een voettocht van 3300 kilometer over de gehele lengte van de eilanden van Japan. Zoiets zou ik nooit kunnen, dacht ik tijdens het lezen. Maar de dag erop loop ik lekker en hoewel 3300 kilometer belachelijk is, heb ik het idee dat ik dit úren zou kunnen volhouden.
Daar heeft de boekhouder op gewacht: ‘Als je nu ‘ns Terschelling te voet oversteekt? Dat moet toch te doen zijn?’ slist hij.
‘Idioot!’ antwoord ik.
‘Wat zei je?’ mengt Mieke zich in het gesprek.
‘Nee, nee, niets,’ zeg ik gauw. Ik wil haar niet vervelen met mijn drammerige boekhouder.
‘Hoeveel kilometer is dat nou helemaal?’ houdt de boekhouder aan, ‘Zo’n prutseilandje. Dat is te doen! Toch?’
Ik concentreer me op iets anders en ga m’n stappen tellen. Dat is een goede truc, want daar kan-ie geen weerstand aan bieden. Hoe kom ik van die vent af? Ik kan toch moeilijk de rest van mijn leven m’n stappen blijven tellen… Dág en nacht gaat-ie maar door. Alles willen weten en opschrijven. Gék word ik d’r van!

Twee uur later kijk ik op de kaart.
‘Hé Mieke, we zijn zojuist Terschelling in de breedte overgestoken!’ Nogal wiedes, want we zijn begonnen op het Noordzeestrand en staan nu op de Waddenkust. Inwendig roep ik m’n boekhouder op.
‘Missie volbracht; eiland overgestoken!’ zeg ik.
‘Da’s vals, ik bedoelde in de léngte!’ protesteert hij.
‘Heb je d’r niet bij gezegd!’ zeg ik triomfantelijk.
Daar kan de boekhouder niets tegenin brengen. Feiten liegen niet.
Mokkend trekt hij zich terug.
Voor hoelang? Dat weet je maar nooit.
Lastig mannetje hoor, die boekhouder in mij.

En ik zie me d’r ook nog niet zo 1-2-3 een mooi liedje over schrijven.
Deze column, meer zit ‘r niet in….