Neuroot op de Wadden 00
3459263848_1a9e34ec14.jpg?v=03458456633_029068fc47.jpg?v=0

Vorig jaar gingen Mieke en ik voor het eerst op vakantie naar Terschelling. Het was niet geheel van harte. Onze vakantie naar Bretagne was in de soep gelopen en had Mieke angstig gemaakt voor verdere vakanties naar het buitenland. Eerdere vakanties naar de Wadden (Texel) waren ook niet geheel geweest wat we ervan verwacht hadden. Maar Terschelling, zo hoorden we van diverse vrienden, was leuk. En inderdaad. Het beviel ons er zo goed dat we er dit jaar opnieuw naar toe wilden. Zelfs ik was er deze keer enthousiast over.
Het eerste jaar hadden we een vakantieverslagje bijgehouden, Mieke de tekst, ik de tekeningen. Een compleet reisverslag maken is voor mij geen optie. Ik wil het veel te grondig doen en daardoor dreigt een verslag van mijn hand uit te groeien tot romanformaat, overigens zonder dat de plot een dergelijke omvang rechtvaardigt. De oplossing, zo bedacht ik me vóór de vakantie, was elke dag een afgebakend verhaaltje schrijven. Een column. Vierhonderd woorden of daaromtrent. Dat was te overzien!
Het spreekt, mij kennende, eigenlijk voor zich dat het project uitgroeide, tussen de vijfhonderd en negenhonderd woorden per dag ging omvatten en er een dagelijks stripje binnensloop, dat ook nog ingekleurd moest worden. Dagelijks zat ik er ruim twee uur aan te werken. Dertig kostbare uren die ik ook had kunnen besteden aan het onderuitgezakt drinken van bier.
Om maar wat te noemen.
Eenmaal thuisgekomen wilde ik de columns uitwerken en er een boekje van maken. Ook dat was meer werk dan voorzien.
Maar goed.
Het is nu af!
Eigenlijk ben ik al weer aan vakantie toe…