Neurasthenie: "De Schreeuw"; schrijfopdracht

Door overmoeidheid, sloten koffie en hard werken werd ik beslopen door een akelig gevoel van melancholie. Het leek alsof een bizarre spookverschijning in mijn nek ademde. Ongecontroleerd draaide ik me om. Niets! Waar kwam die bevelende stem vandaan? In mijn uitgeteerde lijf spanden de zenuwen zich tot het uiterste. Ze konden elk moment knappen. Het ijl gevoel in mijn hersenen wees erop dat het mis ging. In paniek bracht ik de handen naar mijn hoofd terwijl ik onregelmatig op en neer deinde. Mijn ledematen voelden gewichtsloos terwijl een “ondraaglijke lichtheid” zich verspreidde over mijn hele lijf. Beweging! Niets rondom mij leek stil te staan. Het viel het best te vergelijken met een rit op een dolgedraaide draaimolen.

Ik stopte abrupt terwijl ik mijn rug mechanisch tegen de open reling van een brug drukte. Onder mij: een diepe, lonkende kloof. Langzaam bukte ik me voorover in tegengestelde richting. Weg van de diepte! Koude overmande me. Verkrampt door vermoeidheid woog alles plots als lood. Ik trachtte mijn vingers te openen maar stuitte op een enorme weerstand. Traag, stil, bewegingsloos, misselijk. Met grote moeite hield ik me staande. Ik zakte bijna door mijn knieën. In wanhoop wendde ik de blik naar boven. Schreeuwerige kleuren schemerden voor mijn ogen. Bloedrood, diepblauw. Op mijn netvlies brandde de lucht, onder de opgaande zon, een Apocalyptisch Strijdtoneel. Vurige wolken doorkliefden, het blauw tot inktzwarte, water waardoor de zee veranderde in een vlammenzee.

Nietsvermoedend stapten mijn vrienden verder. Bevend over mijn hele lijf uitte ik een schreeuw. Schor en schril weerkaatste de natuur mijn eindeloze kreet, weergalmend over de bergen. Een ogenblik stond de tijd stil, als in een petit-mal. Ik versmolt gedurende dat moment - dat ene moment- met mijn omgeving.