My Story 7

‘Lizzie,’ begon mijn docent, hij keek me aan op een manier die voor vertrouwelijk moest doorgaan maar waar ik persoonlijk een hekel aan heb. Hij is m’n vriend of m’n vader niet!
‘Lizzie, je kunt beter!’
Ik smaalde bijna. Dat zei hij tegen iedereen. Dat hadden ze geleerd op cursus: haal het beste uit de leerling door hem of haar positief te benaderen. Geef hem of haar het gevoel dat ze waardevol is, stimuleer de leerling en kweek een vertrouwensband zodat eventuele problemen te voorschijn komen.
Nou, dat kon-ie met mij wel vergeten. Ik vond z’n kleren fout, hij stonk, en die blik op zijn gezicht die het ‘m moest doen droop van valsigheid. Ze moesten zoveel procent van de klas over de eindstreep helpen, anders kwam hun baan in gevaar. Hij was net een glashard liegende groenteboer die te zure appels verkoopt als fris en fruitig, net geplukt!
‘Nederlands!’ reageerde ik boos. ‘Het sterft toch van de onbegrijpelijke regels!’
‘Noem er eens een,’ reageerde hij gevat. De hele klas keek toe. Voor mij op de lessenaar lag een vel papier met daarop een door mij geschreven tekst over een vrij onderwerp vol venijnig rode doorhalingen. Niets was goed.
‘Alleen al die stam plus t!’ riep ik boos. ‘Dat begrijpt toch geen hond!’
Dat was niet waar. Mijn moeder schudde dat zo uit haar mouw. Roy ook. Veel leerlingen in de klas hadden er eveneens geen moeite mee. Mees en Titia ook niet. Alleen ik. Stam plus t, het was een verschrikking…
Meneer Masten, zo heet de docent, schudde geduldig het hoofd. ‘Ik heb het lang geleden uitgelegd en daarna gevraagd wie er nog moeite mee hadden. Er kwam geen vinger in de lucht.’ Hij keek me onderzoekend aan. ‘Maar, als jij problemen hebt, dan wil ik het nog wel een keer uitleggen.’
Ik voelde dat hij zijn best deed. Zijn uiterste best. Maar er was iets in me dat zich heftig verzette. Ik kon het trouwens ook Mees nog vragen.
‘Niet nodig,’ antwoordde ik hooghartig.
Hij keek me wantrouwig aan. Zijn achter de glimmende brilleglazen vergrote ogen gleden bedachtzaam over mijn gezicht. Hoe kon hij deze eigenwijs het beste benaderen? ‘Ik heb vernomen dat het in het geheel niet zo best met je gaat.’ Hij zei het zacht, neutraal, de klas kon het onmogelijk horen. Maar ik staarde terug alsof het grote nonsens was wat hij zei, terwijl ik wist dat het een piepklein stukje van mijn probleem betrof.