My Story 14

Plotseling stond ze voor mijn lessenaar. Hooggesloten. Ik keek op. Ik had al een halve bladzijde klaar, genoeg voor vanmiddag, dan kon ik weg. Titia en Mees zouden op straat wachten. Ik had er haast mee gemaakt. Maar nu stond daar opeens Hooggesloten. Dat had ze nog nooit gedaan. Vaak was ze weg. Kopiëren. Of een korte bespreking, dan hoorde ik ze in een aangrenzend lokaal mompelen. Ze zat zelden in dit lokaal als ik aan het pennen was. Dat begreep ik wel, ze wilde me niet onder druk zetten.
‘We moeten het er even over hebben,’ zei ze. Ze klonk gewoon. Maar zoals ze daar stond was ze net een gevangenisbewaarster. Zo’n strenge. Zo een die je beslist moet vermijden.
‘Huh!’ deed ik. Waar had ze het over? Ik had mijn verhaal zo leuk mogelijk gemaakt. Vriendinnen, jongens, leraren, lessen…’
‘Ik heb je verhaal met aandacht gelezen,’ zei Hooggesloten. Ze klonk zuinig. Alsof er geen compliment afkon. Alsof ze eigenlijk door de tekst gestruikeld was en iedere keer maar vergevingsgezind bij elke taalblunder dat mondje had getuit.
‘Daar schrijf ik het voor,’ mompelde ik. Wat dacht dat mens waarmee ik bezig was? Mijn memoires! Ik besloot dat ik dit moest onthouden. Kon ik er nog eens om lachen met Mees en Titia.
‘Ik mis wat.’ Haar ogen boorden zich in de mijne. Ze oogde nog steeds zo ontspannen. Volgens mij deed dat mens stiekem aan yoga om zo over te kunnen komen. En die zwarte jurk zat ook al zo onberispelijk rond dat lijf. Ze was het volmaakte toonbeeld van orde en netheid.
‘O?’
‘Ik heb je je gang laten gaan omdat we dat zo hadden afgesproken. Maar ik moet je nu werkelijk corrigeren. Ik krijg een duidelijk beeld van wie je bent, maar…’ Hooggesloten staarde mij aan, haar ogen gleden over mijn gezicht. Het was net of ze iets wilde zeggen, maar aarzelde. ‘Jouw vriendinnen bijvoorbeeld…’
Ik keek haar verrast aan. ‘Wat is daarmee?’
Hooggesloten keek me op zo’n rare manier aan alsof ze me probeerde duidelijk te maken dat ik wel wist wat zij bedoelde en dat het handig zou zijn als ik zelf het antwoord gaf. ‘Mees en Titia,’ zei Hooggesloten langzaam.
‘Ja,’ zei ik ongeduldig. Ik wilde dit vel volkrassen, de bloknote teruggeven en naar buiten sprinten waar het mooi weer was en waar mijn vriendinnen op straat zich stonden te vervelen omdat ze beloofd hadden te wachten.
Maar plotseling was het of Hooggesloten zich bedacht. Er kwam een zuur glimlachje. ‘Er is iets mee, maar daar hebben we het nog over. Schrijf de volgende keer iets over thuis.’
Vijf minuten later sprintte ik door de gang naar de vrijheid. Maar dat ene zinnetje: ‘Er is iets mee, maar daar hebben we het nog over,’ bleef me als een lastige wesp achtervolgen.