Mitsubishi Collins
3209927939_a91dd3b5cc_m.jpg
3215038494_3970afe925_m.jpg

Ik heb er nooit zo bij stilgestaan, maar er wordt flink ontworpen aan het dashboard van een auto. Als ik een dashboard uit mijn hoofd zou moeten tekenen, kwam ik niet verder dan een stuur, een kilometerteller, een radio en een handschoenenkastje.
Mijn eerste vriendin had een eigen auto, een tweedehands Mitsubishi Colt. Ze had er vanaf haar eerste werkdag hard voor gespaard en hem cash betaald bij aflevering. Ze was er apetrots op. Ik geef niets om auto’s, maar ik moet in retrospect toegeven dat het verrotte handig was. Ze reed me overal naartoe. We gingen ermee op vakantie en naar vrienden. Een rijbewijs bezat ik niet, dus alles wat ik hoefde te doen was een beetje kaartlezen. Dat mijn onbenul op het gebied van auto’s ook nadelen had bleek toen Esther tijdens een vakantie in de Ardennen ziek werd en medicijnen nodig had. De Mitsubishi stond náást de tent, maar ik kon er niet mee uit de voeten. Met andere campinggasten kon ik gelukkig meerijden naar het dichtstbijzijnde dorp, maar de tien kilometer terúg moest ik lopen. Ik overwoog serieus maar eens rijlessen te gaan nemen.
Dat voornemen wankelde twee dagen later toen Esther – geheel hersteld – de Colt door het drukke verkeer van Brussel laveerde. Ik zat er naast en hoefde dus niet te sturen maar zelfs ík werd er naar van. Wat een drukte. Om in te kunnen voegen maakte Esther gebruik van haar vrouwelijkheid. Ze stak haar hoofd met blonde haren uit het raampje en lachte lief naar de medeweggebruikers. Belgen zijn daar gevoelig voor. Mij was het nooit gelukt. Niet blond, geen charmes.
Een paar kilometer verderop werden we een enorm geraas gewaar en ik vroeg me hardop af welke auto er met een kapotte knalpijp rondreed. Toen het geluid ons maar niet wilde verlaten concludeerden we dat het de uitlaat van de Mitsubishi wel eens kon zijn. Bij een garage hielp haar blonde koppie haar weinig en er werd voor veel geld een nieuwe uitlaat geplaatst. Mijn plannen voor een eigen rijbewijs sneuvelden voor geruime tijd.

Ik keek voor het eerst écht naar het dashboard van een auto toen ik op een dag in de Colt zat te wachten tot Esther terugkwam. Ze was even een boodschap doen. Mannen weten hoe dat bij vrouwen uit kan lopen. Ik had de hele omgeving al in me opgenomen en besloot mijn aandacht te richten op de auto zelf. Ik reed al een paar jaar mee in dit vehikel, maar had er eigenlijk nog nooit goed naar gekeken. Het dashboard was van grijs plastic. Nu ik wat beter keek zag ik een heleboel klepjes. Het traditionele handschoenenkastje, natuurlijk, maar ook een kleiner vakje voor een ruitendoekje. Een andere klepje waar je kaarten achter kon bewaren. En er was een héél klein vakje, net achter de versnellingspook. Ik opende het minuscule klepje. Er was een heel ondiepe ruimte achter. ‘Wie bedenkt zoiets?’ vroeg ik me af. Wat kon je dáár nou in kwijt? Meteen ging ik rondkijken of ik iets in de auto zag dat ín het kastje zou passen. Ik probeerde een aantal artikelen, maar alles was te groot voor dit onmogelijk kleine vakje. Tot ik, zonder al teveel hoop, een cassettebandje probeerde. Het paste exact! Het klepje kon zonder problemen weer dicht.
‘Geniaal! Een vakje voor één cassettebandje. Leve de dashboardenontwerper van de Mitsubishi Colt! De ideale auto voor mensen met maar één cassettebandje!’ riep ik tegen niemand in het bijzonder.
Maar wacht eens…
Esther en ik hadden een nogal afwijkende muzikale voorkeur. Doorgaans konden we wel iets vinden dat we beiden leuk vonden, maar er was één cassette waar ik een hartgrondige hekel aan had: Phil Collins. Esther vond ‘m geweldig en bleef ‘m maar draaien. Er waren al heel wat discussies over gevoerd, want in discussiëren waren Esther en ik bijzonder vaardig. Ik kreeg een geweldig idee. Twee vliegen in één klap: Ik had iets in het ledige kastje gestopt en ik was verlost van die akelige Phil. Dat Esther de cassette meestal draaide als ík niet bij haar in de auto zat deed niet ter zake. Het feit dat Phil gedraaid werd was al aanleiding genoeg. Ik haalde de cassette die ik in het vakje gestopt had eruit en propte Phil erin. Klepje dicht! Precies op tijd. Esther was terug. Ik ging een discussie aan over haar lange uitblijven, die ik niet won…

In de eerste weken na mijn verdwijntruc had Esther een keer geklaagd dat ze de cassette van Phil Collins nergens vinden kon. Ik had gegniffeld. Daarna vergat ik de cassette voor een tijdje.
Een jaar later had ze Phil nog steeds niet teruggevonden. De grap was allang niet leuk meer, maar ik durfde niet zo goed te bekennen waar het ding zich bevond. Doen of ik ‘m toevallig vond was natuurlijk een mogelijkheid, maar ik wist zeker dat mijn gezicht me daarbij verraden zou. Ik liet het dus maar zo. En toen was opeens de liefde over. Esther reed nog steeds in haar Mitsubishi Colt met Phil Collins verstopt in het dashboard, maar ik mocht niet meer mee.
Ik had wel wat anders aan mijn hoofd dan haar alsnog de verblijfplaats van Phil te onthullen. Ik wou haar terug! Mijn zonde opbiechten leek me niet de aangewezen manier om dat doel te bereiken. Ook op een andere manier is het me niet gelukt. Ik verloor haar uit het oog. Inmiddels zijn we jaren verder en rijdt ze vast niet meer in dat ouwe barrel.
Maar als u toevallig een bordeauxrode Mitsubishi Colt op leeftijd bezit, kijk dan eens in het aller-allerkleinste dashboardkastje.
Als u tenminste van Phil Collins houdt…