Mesglitter

Hij bereidde zich voor met de uitrusting, het zwaard
de held, over maliƫnkolder in de strijd was hij in pracht
achter het schild van wapens, het vertrouwen waard
met Mesglitter, schitterend in de lange nacht.

De zwarte ridder was vanuit het moeras, onder de mistige heuvels uit gelopen met zijn eigen troepen. Deze verwoester was van plan de koning te grijpen. Toen de ridder met zijn metgezellen in het kasteel was binnen gedrongen, had hij de koning uiteindelijk gevonden in zijn slaapvertrek en hem gesommeerd naar de grote kroningszaal te komen. Kwaad in de zin hebbend wachtte de ridder daar op hem.
De koning schreed met alle plechtigheid de ruimte binnen. Hij zag vele strijders, een gezelschap van bloedverwanten van de zwarte ridder, een aanzienlijk leger van strijders. Hij wierp zijn koningsmantel van zich af en greep zijn zwaard. Beschermelingen van de koning stonden naast hem om samen ten strijde te trekken.
Het was hem duidelijk dat er een overmacht was, een aanzienlijk leger. De medestrijders van de zwarte ridder waren er op uit om bij elk van hen het lichaam van het leven te beroven.
De strijd begon.
De machtige heer, de koning, aanschouwde hoe de wrede doders door aanvallen wensten voort te gaan. De koning greep zijn zwaard Mesglitter in de ene hand en een dolk in de andere, en door middel van een plotselinge aanval viel hij de zwarte ridder aan. Het werd een bloedend gevecht.
Op de betegelde vloer van de kroningszaal, de gouden zaal der mensen, viel de koning met zijn strijders uiteindelijk dood neer. Ze waren verslagen.
De zwarte ridder doorzocht met zijn troepen het kasteel op bloedverwanten van de koning. Hij moest zeker weten dat allen waren omgelegd. Toen iedereen van de koning was gedood, liep de zwarte ridder triomfantelijk door de kroningszaal te paraderen. Nu was de betere tijd aangebroken. Hij kon gekroond worden. De troepen schalden en joelden: "Leve de nieuwe koning. Hulde aan onze zwarte ridder".

(variatie op Beowulf)