Meisje in de sneeuw

meisje in de sneeuw

Het knerpt, sneeuw knerpt. Het kraakt niet, het knispert niet, het knerpt. Niets anders kan dat, dan sneeuw. Verse sneeuw, waar je voorzichtig op loopt. Als op de zachtste deken, vers gespreid, pas gewassen en nog niet beslapen.

En zo liep ze, voorzichtig en met kleine stapjes door de versgevallen sneeuw. En nog sneeuwde het. Er lag al een mooie laag, waardoor alle viezigheid van de vergane herfst bedekt was met een laag, zoals het lijkt, donzige sneeuw.

Avond en waar het normaal donker is. Vanavond niet. De sneeuw lijkt alles te voorzien van een onbestemd maar rustig, vredig licht. Zo kon zij niet binnen blijven. Zo was zij buiten gegaan. Zo liep zij, voorzichtig en met kleine stapjes door de versgevallen sneeuw.

Ze had geen letterlijke bestemming, dan genieten van ieder moment. Zij wist dat haar doel haar vanzelf tegemoet zou komen. Zonder vrees en verrukt van het geworden sprookje stapte zij voort. Iedere stap deed de sneeuw knerpen, zachtjes alsof zij de puurheid niet beschadigen wilde. De kou op haar wangen, haar handen weggestoken in wollen wanten, diep in haar jaszakken. Ze schuilde voor de wind, diep in haar sjaal. Haar mutsje gaf warmte, de sneeuwkristallen daarop glommen stuk voor stuk alvorens te smelten. Haar ogen glommen onder haar lange wimpers. Ze voelde zich bijna vereerd, dit zeldzame, dit stille, dit sprookje te mogen betreden.

Het pad was moeilijk zichtbaar, maar ze wist de weg. Voorzichtigheid geboden, het pad liep omhoog en de sneeuw was glad. Stapje voor stapje, de laaghangende zware takken uit haar gezicht duwend. Daar het bruggetje met het beekje. Ze lachte stil om de schoonheid ervan. Het water klaterde zachtjes, uit eerbied voor de sneeuw. Het bruggetje kraakte bij iedere stap.

Daar aan de overkant en het verbaasde haar niet, daar was een hand. Uitgestoken naar haar, alsof er al die tijd op haar gewacht werd. En natuurlijk was dat ook zo, haar doel zou haar immers tegemoet komen. Zij pakte de hand, voelde de warmte. Een gezicht doemde op, een lantaarn verlichtte hen beiden. De glimlach was onbetaalbaar en zelden gezien.

Voort ging het voorzichtig en met kleine stapjes door de versgevallen sneeuw.

Het meisje en haar droom.
Het meisje in de sneeuw.