Lizzie's Verhaal 93

Daar zat ik dan met een rood hoofd. Ik nam een extra grote slok van mijn borrel. Ik hield me vast. Nu ging het komen. Nu moest het komen! Ik hield het niet veel langer meer uit.
‘Ik wilde even zien hoe je zou reageren, maar nu weet ik het,’ zei Piet. Hij keek me op een olijke manier aan maar ik voelde me absoluut niet olijk. Ik voelde me klote! Hij moest het nu maar zeggen. Ik was het zat. Ik ging hier al weken onder gebukt. Het was zelfs misschien beter om naar huis te gaan. Dan kon ik gezellig gaan liggen janken op bed.
‘Het is raar gegaan,’ vertelde Piet. ‘Maar Janko is ook mijn zoon.’
Natuurlijk! Na zo’n week van ziekenhuis en doktoren had Piet een gevoelsband met die jongen opgebouwd. Linda en hij waren er helemaal klaar voor om zich aan die jongen te wijden. Ik zag het gebeuren.
‘Ja ja,’ mompelde ik.
‘Dat is niet altijd zo geweest,’ zei Piet. ‘Er heeft zich het een en ander afgespeeld, maar gelukkig is Janko nu ook weer mijn zoon.’
Door het rode waas dat voor mijn ogen hing, staarde ik naar Piet. Dat laatste begreep ik niet helemaal. Er klopte iets niet. Wat bedoelde hij in godsnaam met nu ook weer mijn zoon. Ik ging rechtop zitten. ‘Volgens mij mis ik iets.’
‘Je kijkt vreselijk ongelukkig,’ knikte Piet. ‘Ik zie ook dat je je tranen tegenhoudt. Dat kan nooit zijn om wat ik je heb verteld. En om eerlijk te zijn doe je de hele avond al zo vreemd. Is er iets?’

Wordt vervolgd

Cor Snijders