Twee dagen hoorde ik niets van Daniel.
Ik haalde mijn schouders op. Ik lag er beslist uit. Mijn stukje was hard aangekomen. Abonnees zeiden de krant op. Die flutzaak adverteerde niet meer. Ik wist niet eens of het wel geplaatst was. Ik wilde het ook niet weten. Ik had het recht uit mijn hart geschreven. Ik meende het. Ik kon nog kwaad worden als ik aan Hoogglans dacht. Wat een regelrechte shit! En toen belde Daniel.
‘Hoi Lizzie!’ Hij klonk opgewekt, niet als iemand die me de zak ging geven.
‘Dag,’ zei ik voorzichtig. Het was toch wel jammer dat ik de centen van mijn stukjes ging missen. Ik was er helemaal naar gaan leven.
‘We moeten het even over jouw stukjes hebben.’
Ik staarde somber naar mijn mobiel. Nou ging je het krijgen. Ik lag eruit.
‘Dat was recht voor z’n raap, laatst.’
‘Ja,’ beaamde ik.
‘We willen meer.’
‘Je wilt wat…?’
‘Heb je de ingezonden brieven niet gezien?’
Ik staarde naar mijn mobiel. ‘Ga ik nu meteen lezen, maar…’
‘Je moet natuurlijk wel positief blijven,’ lachte Daniel. ‘Maar dit was een afkraker die ze verdienden. Ik ben er zelf geweest omdat ik nieuwsgierig werd. Wat een troep!’
Ik lachte.
‘We hebben nog een paar onderwerpen voor je.’
Ik keek bedenkelijk.
‘Ik stuur je informatie.’
Ik kreeg niet eens de gelegenheid om wat te zeggen want ik wist niet eens of ik dat wel wilde.
Lizzie's Verhaal 9