Lizzie's Verhaal 83

Ik zat opeens rechtop. Ik durfde hem niet aan te kijken. Nu zou je het krijgen!
‘Ik heb nogal mijn best moeten doen om iets leuks te vinden,’ zei Piet.
Ik zakte terug. Dit werd helemaal geen bekentenis. Ik werd vriendelijk bedankt voor bewezen diensten.
‘Je moet weten,’ vervolgde Piet, ‘ik was in Rotterdam. Ik zal je daar bij gelegenheid meer over vertellen. Het was belangrijk en ik was blij dat ik jou achter de hand had om hier een wakend oog te houden.’
Ik keek hem nieuwsgierig aan. Wat moest Piet in Rotterdam? Hij was toch met zijn vriendin weggeweest? Dan ging je toch niet naar Rotterdam?
‘Alles wat ik vond was niet geschikt,’ vervolgde Piet. ‘Ik wilde iets hebben waar je wat aan had.’ Hij glimlachte weer zo’n bijna trieste glimlach. ‘En toen, op een middag, vond ik het.’ Hij pakte een doosje van de vloer dat onzichtbaar voor mij op de grond bij de tafel had gestaan. ‘Ik weet dat Jordan alles voor je is en daar heb je groot gelijk in. Daarom heb ik iets meegenomen voor dat jong, je mag het hier niet uitpakken, dat moet hij thuis doen. Als hij wat ouder was geweest had hij mee kunnen komen, maar ik weet hoe belangrijk jij het vindt dat hij op tijd naar bed gaat, zijn huiswerk doet, zijn tanden poetst, enzovoorts. Jij moet hem dit geven en zeggen dat het van oom Piet komt!’
Ik begon te janken. Wat moest ik zeggen? Als het om Jordan gaat heb ik geen verweer. Als Piet me iets gaf voor Jordan dan was dat een schot in de roos. Het interesseerde me niet wat het zou zijn, het kwam van Piet en dan was het goed.
Ik stond op, kwam op hem toe, sloeg mijn armen om hem heen en kuste hem op beide wangen. Ik liet hem los en ging zitten. Hij keek me aan met nog steeds die rare, trieste glimlach. ‘Dank je wel. Ik hoop dat Jordan het leuk vind.’
‘O vast,’ zei ik door mijn tranen heen.
‘En er is nog wat,’ zei Piet.

Wordt vervolgd

Cor Snijders