Lizzie's Verhaal 77

‘Kom erin,’ zei Piet.
Hij rook lekker en had een nieuw overhemd aan. De vriendin was er niet en binnen zag het er opgeruimd uit. Hier was sprake van een vrouwelijke hand, dat zag ik meteen.
‘Poosje geleden dat je hier bent geweest,’ zei Piet. ‘Wil je wat drinken?’
Ik stond krampachtig in de kamer. Er slingerden geen kranten, boeken of kleren. Het leek wel of de ramen gewassen waren. Ik had gruwelijk de pest in. Het moest hier een zwijnestal zijn, ik moest kunnen klagen. Maar ik knikte stijfjes dat ik wel wat wilde drinken en ging voorzichtig zitten.
‘Het is niet zoveel,’ klonk Piet uit de keuken. ‘Die ficus, wat potplanten in de vensterbank en die grote plant in de hoek. Maar ik ben er zuinig op.’
Ik wilde niet vragen wat hij ging doen. Dan zou hij vast zeggen dat hij op vakantie ging en enthousiast over die vrouw beginnen. We waren niet getrouwd, we waren niet eens partners, en hadden ooit een paar keer gezoend. Ik kon nergens rechten aan ontlenen. Maar ik bleef stinkend jaloers.
‘Ik kom om de twee dagen even langs,’ beloofde ik.
Hij kwam met twee glazen wijn de kamer in. We dronken en ondertussen vertelde hij me wat ik allemaal moest weten. Hij wees naar de tafel en zei: ‘Gooi alle post maar gewoon neer.’
Ik kreeg het voor elkaar vriendelijk te blijven kijken. Ik lachte zonder geluid te maken. Ik knikte ja en nee. Ik keek naar hem alsof hij iets heel bijzonders was. Dit was Piet, de man die door die vriendin was ingepikt. En hoe langer ik er was, hoe moeilijker ik het kreeg en hoe meer spijt ik had nooit verder met hem te zijn gegaan.
‘Ik moet je nog iets vertellen,’ zei Piet.

Wordt vervolgd

Cor Snijders