Lizzie's Verhaal 6

Piet heeft het me geleerd. Echt waar. De goeierd.
We zaten in V&D in La Place met een groot glas ananassap en toen barstte ik los over mijn grote frustratie dat ik geen leuk stukje kon schrijven. Piet glimlachte alleen maar. ‘Je pakt het verkeerd aan,’ zei hij.
‘Nou, hoe moet dat dan!’ vroeg ik agressief.
Hij glimlachte, keek me diep in m’n ogen en vroeg: ‘Zeg nu eens eerlijk wat je van mij vindt.’
Ik aarzelde en slikte. ‘Moet dat?’
Hij knikte. ‘Het moet verschrikkelijk.’
Ik nam een slok van mijn sap. ‘Je bent best wel aardig maar…’ Ik wilde zeggen dat hij ontzettend aardig was, maar dat het me maar niet lukte verliefd op hem te worden en dat ik het nog helemaal niet zag zitten in zijn armen te liggen en dat ik bij het idee alleen al bloednerveus werd. Ik deed mijn mond open, al wist ik niet wat ik zou zeggen.
Hij hief zijn hand op als een ouderwetse verkeersagent. ‘Stop! Pak papier en pen. Schrijf op wat je wilde zeggen!’
Ik wilde protesteren. Ik ging me daar toch niet opschrijven wat ik écht over hem dacht!
Hij haalde een agenda uit zijn zak, scheurde er een blaadje uit en gaf me dat samen met een ballpoint. Daarna keek hij me olijk aan en knipoogde.
‘Nou, kom op! Ik wacht. Ik hoef het echt niet te lezen. Dat moet je zelf doen als je thuis bent.’
Jullie geloven het niet. Maar het werd het begin van mijn eerste column.